Werkgroep 2

Voegovergangen

De Werkgroep Voegovergangen houdt zich bezig met het ontwikkelen en ontsluiten van technische kennis. Dit wordt verwoord in de volgende doelstellingen:

Doelen

  • 1. Feedback geven op technische kaders (RTD1007-2/-3/-4)

  • 2. Ontwikkelen van hulpmiddelen, kennisdocumenten, aanbevelingen voor ontwerp, realisatie en instandhouding van voegovergangen

  • 3. Praktijkervaringen en nieuwe ontwikkelingen delen m.b.v. themamiddagen

Acties

Tijdspad Voltooiing
1.1 Herziening RTD1007-1 Meerkeuzematrix Voegovergangen okt 2017 -
dec 2017
0%
0% Complete

Op basis van de opgedane ervaringen en kennisontwikkeling is de RTD1007-1 toe aan een actualisatie.
De digitale MKM van het PVO gaat op termijn voor een deel de RTD1007-1 overbodig maken omdat de digitale MKM op productniveau de prestaties geeft in plaats van op conceptniveau. Over de prestaties op conceptniveau bestaan onduidelijkheden en onjuiste interpretaties. Daarmee is de digitale MKM accurater en sluit deze beter aan op de praktijk. Wijzingen betreffen o.a.:
• Actualiseren factsheets
• Maakbaarheidstoetsen toevoegen
• Op factsheets verwijzing opnemen naar digitale MKM PVO v.w.b. de prestaties

1.2 Herziening RTD1007-2 Eisen voor voegovergangen (naar versie 3.1) jan 2016 -
sep 2017
80%
80% Complete

Op basis van gebruikservaringen en nieuwe ontwikkelingen wordt een wijziging van de RTD1007-2 voorbereid in overleg met het PVO.
In december 2014 is een nieuwe versie van de RTD1007-2 (3.0) verschenen. De ontwikkelingen staan niet stil. Op detailniveau zijn er nieuwe opmerkingen, vragen en inzichten zullen gaan leiden tot een bijgestelde versie van de RTD1007-2.
Onderwerpen:
- 3.2 aanpassing ontwerplevensduur: concept 1 en 4 (onderscheid verankerd en onverankerd) en concept 5 (ontwerplevensduur verharding)
- 5.1 aanpassing uitzettingscoëfficiënt beton (van 1,0x 10-5 naar 1,2 x 10-5)
- 5.1.4 Effecten van rembelasting op basis van praktijkmetingen; aanpassing rembelasting
- 5.3.3. vlakheidseisen
- 5.3.4 aangepaste specificatie stroefheidseisen (in bochten)
- 6.2.3 nieuwe eisenspecificatie staalvezelbeton.
- 6.2.5 nadere eisenspecificatie voor aantonen vermoeiingsterkte van lijmankers
- 7.3.2 Nabehandeling beton anders specificeren
- 9 Eisen In situ identificatie
- B1: aanvulling belastingverdeling vingervoegen; alternatieve bepaling belastingverdeling voor sinusplaten/vingerplaten
- B4: diverse kleine aanpassingen

1.3 Herziening RTD1007-3 Geluideisen voor voegovergangen en GLW in MKM jun 2016 -
sep 2017
50%
50% Complete

Sinds de invoering van de RTD1007-3 zijn nieuwe inzichten ontstaan.
- De afronding van geluidseisen kan in sommige gevallen ter discussie worden gesteld en dient heroverwogen te worden;
- Stille nosing joints (aangeduid als type 1s) blijken onderling verschillen te vertonen in geluidsprestaties;
- De aansluiting van het asfalt op de voegovergang is vaak bepalend voor de geluidsprestaties maar dit raakvlak blijft onderbelicht. Deze kan initieel bij aanleg en/of bij iedere deklaagvervanging matig zijn uitgevoerd. Ook kunnen door spoorvorming in het aangrenzende asfalt de geluidprestaties van bepaalde voegovergangconcepten afnemen in de loop der tijd. Aan de invloed van deze aansluiting dient meer aandacht gegeven te worden en in de keuze te worden meegenomen.

Er is behoefte aan een stroomschema om te komen tot de optimale keuze van een voegovergang afhankelijk van het geluidrisico i.r.t de omgeving en potentiele toekomstige wijzigingen van deklaagtype. Deze zal worden ontwikkeld.

Ook de geluidprestaties (GLW) zoals die in de MKM staan behoeven daarom mogelijk enige aanpassing op basis van de ervaringen die afgelopen jaren is opgedaan.
RWS zal bureau M+P opdracht verlenen om verbetervoorstellen te doen. Een van de verbeterpunten zou kunnen bestaan uit het verplicht stellen van een GLW voor stille voegovergangstypes (1s).

De voorstellen zullen binnen het PVO beoordeeld te worden om te komen tot een gedragen document.

1.4 Herziening RTD1007-4 Richtlijnen voor flexibele voegovergangen (naar 2.0) feb 2016 -
sep 2017
80%
80% Complete

Sinds de invoering van de RTD1007-4 in mei 2013 is er nog maar beperkte ervaring opgedaan met deze richtlijn. De markt verkeert zich nog in een oriënterende fase als het gaat om het ontwikkelen van duurzame flexibele voegovergangen. Om onduidelijkheden weg te nemen, de RTD1007-4 beter aan te laten sluiten op de ETGA032 en de nieuwste inzichten te verwerken behoeft de richtlijn een flinke aanpassing.
Een tijdelijke PVO werkgroep is samengesteld en inmiddels is een voorlopig eindconcept nagenoeg gereed. Afronding wacht onder andere nog op de resultaten van praktijkmetingen aan hoogfrequente voegbewegingen bij voegovergangen (november 2016) die een rol spelen in de mogelijke toepassing van flexibele voegbewegingen.
Wijzigingen betreffen o.a.:
- Nieuwe structuur / indeling document en eisen
- Diverse wijzigingen in eisen / verificatiemethoden, waaronder wijziging spoorvormingsproef (MMLS)
- Uitwerking eisen/prestaties m.b.t hoogfrequente voegbewegingen
- Specificeren materiaal en uitvoering overgangsbalk
- Detaillering schampkant toevoegen

1.5 Herziening RTD1010 Standaarddetails Voegovergangen mei 2017 -
sep 2017
0%
0% Complete

RWS herziet haar standaarddetails die in de ROK 1.4 zullen worden opgenomen.
De standaarddetails van voegovergangen en opleggingen zullen worden geklankbord in het PVO
Wijzigingen worden in de volgende versie van de ROK meegenomen

2.1 PVO standaarddetail en voorbeeldberekening verankering nieuwbouwmodel (kennisrapport) jan 2017 -
sep 2016
90%
90% Complete

Diverse typen voegovergangen maken gebruik van lusankers voor het verankeren van de voegovergang aan de onderliggende betonconstructie. Voor die verankering bestaan meerdere details. Constructief dient deze verankering te worden verantwoord. De wijze waarop de verankering rekenkundig gemodelleerd moet worden is niet helder. In 2005 is in opdracht van RWS voor het referentieontwerp van de NBD00400 door Oranjewoud e.e.a. uitgewerkt, maar deze staat ter discussie. Ook kloppen de in praktijk toegepast standaarddetails niet met deze berekening. De berekeningmethodiek is daarom in opdracht van VID door bureau Hageman nog eens tegen het licht gehouden. Door bureau Hageman wordt een nieuwe beschouwing gemaakt op basis van de RTD1007-2. De methodiek dient a.d.h.v. een voorbeeldberekening gedocumenteerd te worden tezamen met een nieuw PVO standaarddetail.

2.2 Risicoanalyses apr 2017 -
dec 2017
10%
10% Complete

Het is bij opdrachtgevers steeds minder inzichtelijk wat er opgeleverd wordt, toetsen worden steeds vaker voornamelijk op systeem- en procesniveau uitgevoerd.
Doordat met name het kwaliteitssysteem van de opdrachtnemer gecontroleerd wordt, wordt er steeds minder gekeken naar de producten bij oplevering. Toch is de behoefte er vanuit de markt dat opdrachtgevers wel producttoetsen uitvoeren om te kunnen ervaren of de kwaliteit geleverd wordt die in het contract gevraagd wordt. De praktijk laat zien dat bij onvoldoende aandacht voor handhaving van de gestelde eisen er producten geleverd worden die niet aan het contract voldoen. Wat vervolgens een effect heeft op volgende inschrijvingen, omdat Rijkswaterstaat met minder genoegen lijkt te nemen.
De hoofdaannemer zal zich verantwoordelijk moeten voelen voor alles wat opgeleverd wordt door onderaannemers die voor hem werken. Zijn kwaliteitsborgingssysteem zal hierop ingericht moeten zijn. Met verstand van zaken zal de hoofdaannemer toetsen uitvoeren om afwijkingen te signaleren en hierop anticiperen in het proces zodat aan de gestelde eisen voldaan wordt.

De werkgroep wil risicoanalyses voor diverse type voegovergangen ontwikkelen als hulpmiddel voor risicobeheersing in projecten . Beoogde gebruikers zijn zowel opdrachtgevers, opdrachtnemers als eventueel ook Technical Inspection Services (TIS).

2.3 Uitvoeringsplanningen apr 2017 -
dec 2017
10%
10% Complete

Het is voor Opdrachtgevers en beheerders niet duidelijk wat realistische uitvoeringstijden voor de diverse type voegovergangen zijn. Door deze onduidelijkheid zijn er veel situaties ontstaan waarbij voegovergangen worden gerealiseerd in te korte tijdvensters, met gevolgen voor de kwaliteit. Uitvoering in zeer krappe werkbare uren (WBU) leidt tot problemen. Steeds meer ontstaat het besef dat uitvoering in langdurigere stremmingsperioden (SLOTS) noodzakelijk is voor voegovergangen. De werkgroep wil voor de diverse typen inzichtelijk maken welke uitvoeringstijden nodig zijn voor het kwalitatief goed realiseren van voegovergangen.

2.4 Componentspecificatie voegovergangen voor E&C/D&C-contracten apr 2017 -
jun 2017
90%
90% Complete

De eisen t.a.v. voegovergangen zijn gespecificeerd in de RTD1007-2. In contracten van RWS is deze bindend van toepassing verklaard.
De eisen in de RTD1007-2 dienen binnen projecten te worden geverifieerd en aangetoond.
Een groot deel van de verificatieplicht komt bij de leveranciers van voegovergangsystemen terecht,. Dit betreft de eisen die betrekking hebben op de voegovergang zelf.
Als het gaat om de verificatie van de eisen in relatie tot het object waarin deze moeten worden toegepast en de omgeving daarvan, dan zal dit in veel gevallen door de opdrachtnemer moeten worden geverifieerd om te komen tot een op correcte wijze uitgevoerde en onderbouwde keuze.
In de praktijk gaat het hier vaak fout. Daarom heeft RWS besloten dat er een componentspecificatie voor voegovergangen moet worden ontwikkeld die in de vraagspecificatie van een contract wordt opgenomen. Deze vraagspecificatie sluit direct aan op de RTD1007-2 en zal risicogestuurd bepaald worden op basis van de de principes van System Engineering.

2.5 Eisenspecificatie onderhoud voegovergangen voor prestatiecontracten mei 2017 -
jun 2017
0%
0% Complete

In de huidige onderhoudspraktijk blijkt vaak maar erg weinig aandacht uit te gaan naar het onderhouden van voegovergangen.
Dit heeft op lange termijn grote invloed op de beschikbaarheid, betrouwbaarheid, levensduur en lifecycle-kosten.
Ook wordt de kans aanmerkelijk groter dat er calamiteiten of onveilige situaties ontstaan met voegovergangen.
Dit gebrek aan aandacht wordt geïnitieerd doordat in de huidige prestatiecontracten de eisen onvoldoende "smart" zijn gedefinieerd.
Op basis van abstracte kaders en doelstellingen wordt van de huidige prestatiecontract-opdrachtnemers verwacht dat zij zelf op basis van hun kennis en kunde komen tot een optimale invulling van het onderhoud aan het areaal. In de praktijk blijkt dit niet zo uit te werken.
Vanwege het grote belang van adequaat onderhoud aan de voegovergangen is het nodig dat eisenspecificatie op dit punt wordt aangepast. Binnen het PVO zal hiervoor op basis van de B&O-uitgangspunten van de leveranciers een uniforme specificatie voor worden ontwikkeld.

2.6 Verdiepingsonderwerp m.b.t. de afweging van enkelvoudige voegovergang bij nieuwbouw: nieuwbouwmodel vs renovatiemodel mrt 2016 -
jul 2017
80%
80% Complete

In vele projecten uit de afgelopen jaren is dezelfde discussie gevoerd over de toepassing van "renovatiemodel" voegovergangen met lijmankers in nieuwbouw situaties. Rijkswaterstaat had ooit bedoeld om hiervoor het Standaarddetail met lusverankering te hanteren terwijl de markt op basis van functionele eisen ging aantonen dat ook het 'renovatiemodel' met lijmankers geschikt is voor nieuwbouw. Vanuit het oogpunt van de beheerder wordt dit vaak als onwenselijk gezien terwijl marktpartijen daar een andere beleving bij hebben.

Voor het handboek wordt dit onderwerp uitgediept. Uiteengezet wordt welke aspecten een rol spelen bij het toepassen van de twee meestvoorkomende typen verankeringen. Risicio's worden hierbij goed belicht waarmee de achtergrond van de eisen in ROK en RTD1007-2 begrijpelijk wordt.

2.7 Verdiepingsonderwerp m.b.t. de conservering van voegovergangen jan 2017 -
dec 2017
30%
30% Complete

De RTD1007-2 stelt eisen aan de levensduur van conserveringen van stalen voegovergangen. Uitgangspunt is geen groot onderhoud aan het conserveringssyteem gedurende 40 jaar. De RTD1007-2 geeft informatief enige richting maar bevat geen praktische uitwerking hiervan. Er is behoefte aan een nadere uitwerking van de onderbouwing van de duurzaamheid van de diverse conserveringssystemen(thermisch verzinken, duplexsystemen). Het PVO zal hiervoor een aanbeveling ontwikkelen. Aandachtsgebieden om te beschrijven, zijn:
- Wat zijn de kritische gebieden?
- Welke oplossingsrichtingen zijn er?
- Welke risico’s/praktische beperkingen zijn er?
- Hoe ontwerp je een conserveringssysteem op levensduur? Wat zijn daarbij de uitgangspunten en welke normen zijn relevant?
Een eerste versie is in voorbereiding maar op HOLD gezet ivm prioriteit afronding informatiebulletin over nieuwbouw- vs renovatiemodel

2.8 Verdiepingsonderwerp toepassen bekisting okt 2017 -
dec 2017
0%
0% Complete

Volgens de RTD 1007-2 is toepassing van verloren bekisting niet toegestaan i.v.m. het risico van onvolledige ondervulling (en niet controleerbaarheid daarvan). Bij voegovergangen met sinusplaten heeft dit als consequentie dat sinusplaten in het werk moeten worden aangebracht wat ook weer andere risico’s oplevert. Daarnaast zijn er nieuwe types die mogelijk niet zonder verloren bekisting gerealiseerd kunnen worden (Maurer XW1). Zowel aan het wel als niet toepassen van een verloren bekisting zitten risico’s die verder uitgewerkt/belicht moeten worden.

2.9 Ontwikkelen Handboek Inspectie Voegovergangen jan 2016 -
jun 2017
90%
90% Complete

Onder CUR-aanbeveling 117 zijn diverse handboeken voor inspectie in ontwikkeling, waaronder handboek voegovergangen. Het handboek wordt gedeeltelijk gefinancierd door het PVO en kan voor PVO-leden gratis beschikbaar worden gesteld via het PVO handboek voegovergangen.
Het PVO levert een bijdrage in het ontwikkelen van het handboek en geeft feedback aan de opsteller.
Het handboek zal in eerste instantie handvaten en richtlijnen bevatten voor de inspecteur. In tweede instantie kan het handboek verder uitgebreid worden met de onderdelen risicoanalyse en advisering. Hiervoor dient aanvullende financiering te worden vrijgemaakt.

2.10 Ontwikkelen Modelberekening voegbewegingen sep 2017 -
dec 2018
0%
0% Complete

Er is een behoefte kenbaar gemaakt om een rekentool te ontwikkelen voor het rekenkundig bepalen van voegbewegingen. Belangrijkste reden hiervoor is de behoefte aan uniformiteit. Leveranciers van voegovergangen krijgen vervormingen en bewegingen op verschillende manieren aangedragen waarbij het soms ontbreekt aan de overtuiging dat de aangeleverde bewegingen goed (en betrouwbaar) in kaart zijn gebracht.
Diverse bedrijven hebben reeds een eerste aanzet voor zo’n model gemaakt. Het PVO wil op basis hiervan een eigen model ontwikkelen en beschikbaar stellen. Dit model kan in een latere fase gekoppeld worden aan de digitale MKM.

In 2017 zal het PVO een Programma van Eisen opstellen, waarmee betreffende tool kan worden ontwikkeld.

2.11 Onderzoek naar effecten van verkeersbelasting op voegbewegingen sep 2016 -
jul 2017
70%
70% Complete

Veel kunstwerken in Nederland hebben een zogenaamd drijvend oplegsysteem van rubber opleggingen. Kenmerk hiervan is dat er geen vast punt in het oplegsysteem is en dat horizontale belasting wordt verdeeld over de opleggingen. Een horizontale belasting leidt tot verplaatsingen van het rijdek en voegbewegingen. De rembelasting zoals die in de Eurocode is opgenomen geven aanzienlijke voegbewegingen. De rembelasting is een extreme belasting die bedoeld is voor constructieve doeleinden, niet om vervormingen te bepalen. De rembelasting die in praktijk doorgaans optreed ligt waarschijnlijk een stuk lager. Daarnaast bestaat het vermoeden dat het vervormingsgedrag van rubber opleggingen onder rembelasting in praktijk mogelijk afwijkt van de berekende theoretische waarde. Er is dus behoefte aan het uitvoeren van een remproef waarbij een analyse kan worden gemaakt van het werkelijke gedrag t.o.v. het theoretische gedrag. Deze remproef zal naar verwachting in april 2017 plaatsvinden.

Daarnaast is ten behoeve van toepassing van flexibele en verborgen voegovergangen inzicht nodig in de hoogfrequente voegbewegingen als gevolg van rotatie van het rijdek om de opleggingen als gevolg van doorbuiging. Bij orthotrope brugdekken volgen uit numerieke analyse relatief grote voegbewegingen die schadelijk zijn voor deze typen voegovergangen, met name in koudere perioden. Veel schades die na de winterperiode bij deze voegovergangen bij inspecties aan het licht komen kunnen hieruit mogelijk worden verklaard. Nader inzicht op basis van praktijkmeting en vergelijking met numerieke analyse is noodzakelijk.

RWS start een onderzoek op in samenwerking met het PVO.

3.1 Aanschaf internationale publicaties voegovergangen mei 2017 -
dec 2017
0%
0% Complete

Nationaal en internationaal zijn er diverse onderzoeken en seminars/congressen waar kennis wordt ontwikkeld, gedeeld en geborgd. De werkgroep wil deze publicaties volgen en indien gewenst hier aandacht aan geven c.q publicaties beschikbaar stellen (eventueel aanschaffen).
Interesse gaat o.a. uit naar de publicaties van IJBRC en IABSE WG5.

Werkgroepleden

Valerie Dimmel (Rijkswaterstaat GPO)

Fabian Vermeulen (Edilon)(Sedra Contracting)

Sander Ruster (Brabotech Aannemingsbedrijf)

Frank van Beek (Rijkswaterstaat GPO)

Arjan Ali (Smits Neuchatel Infrastructuur)

Barry Doorn (VolkerInfra)

Barry Voogt (Heijmans)

Jeroen Melief (Maurer Sohne)

Harry Oosterwijk (Salverda)

Ron van Dijk (Spanstaal)

Arno Leegwater (Mageba SA)

Ron van Wijnen (ROWIJ)

Paul Snellen (Rijkswaterstaat GPO)

Han Leendertz (JSL Consulting)