2.4.1 Inleiding

Bij oplegsystemen met een vast punt zal de horizontale belasting uiteindelijk via een beperkt aantal opleggingen afgedragen worden. Bij drijvende oplegsystemen is dat anders.

Bij drijvende oplegsystemen wordt geen gebruik gemaakt van stalen fixaties maar worden enkel rubberen oplegblokken toegepast. Bij dergelijke oplegsystemen wordt een beroep gedaan op de horizontale stijfheid van de oplegblokken. De rubberblokken dragen de horizontale belastingen zonder hulp van stalen fixaties over naar de onderbouw.

Omdat de horizontale stijfheid van een rubberoplegging veel lager is dan van een stalen fixatie, gaat de krachtsoverdracht gepaard met vervorming. In feite vormen alle rubberopleggingen onder een dek horizontale veertjes. Het aandeel aan horizontale belasting dat elke oplegging voor zijn rekening neemt hangt af van zijn horizontale veerstijfheid. De horizontale belastingen kunnen bestaan uit externe belastingen, maar ook uit interne effecten zoals verlengingen en verkortingen.

Het grote voordeel van drijvende systemen is dat stalen onderdelen achterwege blijven (onderhoudsarm) en dat de horizontale belasting zich meer verdeelt en zich niet op één of een beperkt aantal punten concentreert. Het nadeel is echter de grotere vervorming in het oplegsysteem welke afhankelijk is van de horizontale veerstijfheid van de opleggingen. Hierdoor ontstaan aanvullende bewegingen in de voegovergangen.