3.2.1 Horizontaalstelling

Opleggingen dienen in lengterichting van het rijdek en bij voorkeur ook in de dwarsrichting horizontaal (waterpas) te worden gesteld. De verticale belastingen zullen dan geen ongewenste zijdelingse verplaatsingen geven en horizontale belastingen op de opleggingen worden zo voorkomen.

Indien de opleggingen in de dwarsrichting niet horizontaal worden gesteld, moet het zijdelings verplaatsen van het rijdek, bijvoorbeeld met nokken, worden voorkomen. Deze nokken moeten op het raakvlak tussen boven- en onderbouw worden voorzien van oplegmateriaal.