4.4 Ontwerplevensduur

De ontwerplevensduur is van belang voor de ontwerpberekeningen die aan opleggingen worden uitgevoerd. De ontwerplevensduur bepaalt de hoogte van bepaalde belastingen en de belastingsfactoren.

In EN 1990 Clausule 2.3 Tabel 2.1 wordt indicatief gesteld dat opleggingen een ontwerplevensduur dienen te hebben van 10-25 jaar. Dit is echter over het algemeen niet aanvaardbaar voor wegbeheerders. Voor hen zijn periodes van 30–50 jaar gewenst.

Rijkswaterstaat eist bij nieuwbouw in de meeste gevallen een ontwerplevensduur van minimaal 50 jaar (RTD1012).

De ontwerplevensduur van het kunstwerk waarin een oplegging wordt toegepast is meestal 100 jaar. De oplegging zal dus minstens één keer vervangen moeten worden. In het ontwerp moet derhalve met het vervangen van de opleggingen rekening gehouden worden.