5.10.2.2 Ontwerp

Het glijdsysteem kan bestaan uit een dunne laag PTFE met smeerkuiltjes gevulkaniseerd aan de omhulling van een rubberoplegging of een dikke laag PTFE in een inkamering in een stalen plaat. Tussen de PTFE en het tegenloopvlak wordt een laag smeervet aangebracht. De glijdelementen ontlenen hun duurzame werking aan het nasmeergedrag vanuit de smeerkuiltjes in de PTFE. Als tegenloopvlak kan roestvaststaal, een chroomlaag of geanodiseerd aluminium worden toegepast.

De smeerkuiltjes zijn tot stand gekomen door hot-pressing of machinale bewerking. Daarbij moeten de randen van de smeerkuiltjes niet scherp maar afgerond zijn. Wanneer de randen niet zijn afgerond, kan het nasmeergedrag niet optreden door de afsluitende werking van de PTFE. In de smeerkuiltjes wordt smeervet aangebracht, gebaseerd op lithiumzeep. Tijdens het verplaatsen van het tegenloopvlak wordt afhankelijk van amplitudes, snelheid en druk steeds een geringe hoeveelheid smeervet verloren aan de buitenranden van het glijdelement. De smeerkuiltjes werken echter als reservoirs waarvan de geometrie door het plastisch gedrag van de PTFE zich steeds aanpast aan de hoeveelheid nog aanwezige vet. Wanneer het smeervet is verbruikt zal de PTFE nog steeds een relatief lage wrijvingscoëfficiënt vertonen, maar wordt een versneld slijtageproces in gang gezet. Zie onderstaand figuur voor een weergave van de smeerkuiltjes.

In de meeste gevallen zullen uitgebouwde PTFE-schijven nauwelijks herkenbare smeerkuiltjes laten zien. Ook vervuiling is een bedreiging van de goede werking van de glijdelementen. Er worden stofafdichtingen toegepast om vervuiling tegen te gaan.

Het tegenloopvlak kan zijn gemaakt uit roestvaststaal, een chroomlaag op staal of geanodiseerd aluminium. In deze configuratie treden tussen PTFE en roestvaststaal en verchroomd staal wrijvingscoëfficiënten op van 3–8% en tegen aluminium van 5–12%. De hoogte van de wrijvingscoëfficiënt hangt af van de contactspanning. De maximale opneembare contactspanningen onder karakteristieke belastingen bedragen ongeveer 45 N/mm2, zie Tabel 10 van EN1337-2:2004. Die waarde is verlaagd met een materiaalfactor en een gemiddelde veiligheidsfactor.