5.2.2.1 Beschrijving

Gewapende rubberopleggingen worden toegepast in bruggen en in de utiliteitsbouw. Er worden verschillende types onderscheiden:

  • Type A: Rubberoplegging met één centrische wapeningsplaat
  • Type B: Rubberoplegging met twee of meer wapeningsplaten (volledig omhuld met rubber)
  • Type C: Als type B, maar met uitwendige stalen platen met profilering of ankers
  • Type D: Als type B, maar met een rechtstreeks daarop aangebrachte PTFE-plaat (polytetrafluorethyleen)
  • Type E: Als type B, maar met een aan het rubber gevulkaniseerde staalplaat en daarop een glijdelement.

 

Verschillende typen gewapende rubberen oplegblokken.

 

Gewapende rubberopleggingen bestaan uit een sandwichconstructie van rubberlagen, waartussen staalplaten zijn gevulkaniseerd. Om deze sandwichconstructie is een omhulling aangebracht (cover), zowel op de zijvlakken als op het boven- en ondervlak.

De typische opbouw van een gewapende oplegging (dekking op stalen wapeningsplaten) is weergegeven in Figuur 2 van EN1337-3:2005 en isometrisch in onderstaand figuur. Het is van belang dat in het ontwerp marge aangehouden wordt op de minimaal benodigde dekking zodat in het fabricageproces de minimale dikte van de omhulling kan worden gerealiseerd.

Het is niet verstandig een dikke zij-omhulling toe te passen. Het gedrag van de oplegging in testen is dan minder goed te beoordelen. Als aanbeveling wordt een maximale dikte van 7 mm voorgesteld. Bij grotere diktes wordt de omhulling relatief stijf en kan los gaan scheuren bij scheefstand.

Isometrisch aanzicht rubberoplegging (type B)

 

Bij toepassing als brugoplegging worden de materialen natuurrubber (NR) en polychloropreenrubber (CR) gebruikt, omdat de eigenschappen daarvan het beste passen bij de omstandigheden voor opleggingen in bruggen, zoals weersinvloeden en wisselende belastingen en vervormingen. Opleggingen kunnen geheel uit NR of CR gemaakt zijn maar ook een NR-kern in combinatie met een CR-omhulling is mogelijk.

Het materiaal NR heeft normaliter een lagere ozonbestendigheid dan CR.

Het nadeel van CR t.o.v. NR is het zeer sterk oplopen van de glijdingsmodulus bij lage temperaturen. Dit heeft invloed op de schuifspanningen t.g.v. verplaatsingen en hoekverdraaiing. Ook de momenten t.g.v. de horizontale reactie en t.g.v. de hoekverdraaiing nemen evenredig toe met de toename van de glijdingsmodulus. Dit geeft hogere lokale belastingen op de aangrenzende constructies.

Voor de stalen wapeningsplaten wordt over het algemeen S235 gebruikt.