5.3.3 Ontwerp

Belangrijke aspecten bij het ontwerpen van een roloplegging zijn:

  • Draagvermogen
  • Wrijvingscoëfficiënt
  • Kans op bros bezwijken
  • Stijfheid in het vlak van de rol
  • Vervuiling

De verticale krachtafdracht vindt plaats d.m.v. contactspanningen in een lijnvormig contactvlak, zoals beschreven door Hertz. Bij rolopleggingen met twee rollen verdeelt de verticale belasting zich gelijkmatig over de twee rollen, maar bij opleggingen met drie rollen en meer zullen niet alle rollen evenveel dragen. De fabricagenauwkeurigheid wordt daarbij belangrijker. Door de grote contactspanningen zijn minimale randafstanden nodig bij de boven- en onderplaat ten opzichte van het eind van de rol en tot de rand van de boven- en onderplaat in uiterste posities.

Er mag geen gedeeltelijke “uplift” plaatsvinden tussen rol en omgeving, dus de resultante van verticale belastingen met excentriciteitsmomenten moet binnen de “kern” blijven.

In de hoofdrichting kan een grote translatie worden opgenomen, waarvoor de roloplegging is ontworpen. In aanvulling daarop kunnen ook kleine hoekverdraaiingen worden opgenomen in het zelfde verticale vlak van de translaties (om de rol-as). In dwarsrichting laat de roloplegging geen translatie toe. Deze kan worden mogelijk gemaakt door het toepassen van een glijdelement. Ook is de roloplegging bijna oneindig stijf in het verticale vlak door de rol-as).

In het verticale vlak loodrecht op de rol-as functioneert de roloplegging als een inklemming. Daardoor kan de roloplegging alleen worden toegepast bij constructies die in dit vlak (meestal ook dat van een einddwarsdrager) zeer stijf zijn. Door hun stijfheid zijn rolopleggingen gevoelig voor de gevolgen van zettingen.

Rolopleggingen zijn gevoelig voor vervuiling. De rolbeweging kan slijtage tot gevolg hebben, ook in de gelijkloopinrichting en in de geleidingen. Bij het toepassen van meer rollen neemt de gevoeligheid voor ongelijkmatig dragen bij vervuiling toe.