5.4.2 Beschrijving

Potopleggingen worden hoofdzakelijk toegepast in de bruggenbouw. Een kanttekening daarbij is dat de opleggingen minder geschikt zijn voor bruggen waar veel rotaties optreden ten gevolge van het verkeer. In dat geval zal de extrusieafdichting, de ring die het uittreden van rubber voorkomt, snel slijten waardoor de oplegging niet goed blijft functioneren. Van de ontwikkelde typen extrusieafdichtingen worden de stalen en bronzen ringen nog toegepast. Een PTFE-ring bleek snel te slijten wat tot veel schade leidde, met als gevolg dat potopleggingen na korte tijd vervangen moesten worden.

Potopleggingen bestaan uit een stalen onderzadel (pot), een stalen bovenzadel (zuiger of “piston”), een rubber kussen (pad) van NR of CR, een anti-extrusieafdichting tussen pot en zuiger en een stofafdichting. De pot kan zijn gemaakt uit een massief stuk staal met een ronde of een vierkante doorsnede. Ook kan een pot worden gemaakt als een combinatie van een ring en een bodemplaat, verbonden door middel van lassen of met een boutverbinding.

Bij een potoplegging werkt de rubber onder druk van de piston die de verticale belasting overbrengt als een vloeistof, waardoor de oplegging in alle richtingen kan roteren. De anti-extrusieafdichting verhindert het uittreden van rubber. Daarbij zijn er verschillende typen afdichtingen: stalen ringen met vertanding, bronzen ringen met vertanding, massieve bronzen ringen, kettingen van POM (polyoxymethyleen-kunststof) en massieve ringen van een PTFE-grafietverbinding. Elk afdichtingstype heeft een andere levensduurverwachting t.a.v. slijtage.

Onderstaand figuur toont een doorsnede van een alzijdig beweegbare potoplegging.

 

Doorsnede van een potoplegging met een glijdelement.

 

Een weergave van de onderdelen van een enkelzijdig beweegbare potoplegging met centrale geleiding is weergegeven in het onderstaande figuur.

Onderdelen van een enkelzijdig beweegbare potoplegging met centrale geleiding en overgangsplaten boven en onder.