6.1.1 (Staalgewapende) rubberopleggingen

Onderstaande checklist inkoop (staalgewapende) rubberopleggingen kan door aanvragers gehanteerd worden om na ontwerp/engineering van de opleggingen een aanvraag te doen bij leveranciers. Bij elk aspect is een voorbeeld gegeven.

 

1: Aanvraag t.b.v. specifiek: bestek, project, kunstwerk

Een aanvrager dient specifiek op te geven op welk bestek, op welk kunstwerknummer en bij voorkeur ook op welke kunstwerklocatie de opleggingen betrekking hebben. Hiermee wordt geborgd dat alle documentatie van de betreffende levering ook goed wordt beheerd door de aanvrager binnen zijn kwaliteitssysteem.

Voorbeeld: Voor ons werk met besteknr. 123456 project A99 te Alfa stad, kunstwerk KW 2 en KW 8 hebben wij onderstaande rubberopleggingen nodig.

 

2: Type oplegging

De ontwerper van de opleggingen heeft keuzes gemaakt voor een oplegsysteem en mede hierop het type conform NEN EN 1337-3, tabel 2 bepaald. Het vereiste type dient te worden opgegeven door de aanvrager. De volgende typen worden onderscheiden:

  • Type A | Gelamineerde oplegging, volledig omhuld met een elastomeer die slechts één stalen versterkingsplaat bevat.
  • Type B | Gelamineerde oplegging, volledig omhuld met een elastomeer die minimaal twee stalen versterkingsplaten bevat.
  • Type C | Gelamineerde oplegging op basis van type B met uitwendige staalplaten.
  • Type D | Type B met een PTFE-laag gevulkaniseerd aan een elastomeer. Let op, de PTFE-laag is niet bedoeld om omkeerbare vervormingen t.g.v. bijvoorbeeld temperatuur op te nemen.
  • Type E | Type C met één uitwendige staalplaat die verbonden is aan het elastomeer en een PTFE-plaat die is ingekamerd in het staal.
  • Type F | Ongewapende vlakke, platte en strip-opleggingen.

Opmerking: Eigenschappen van boven benoemde typen kunnen worden gecombineerd.

Voorbeeld: Het betreft opleggingen van type B conform EN 1337–3.

 

3: Materiaal

Conform NEN-EN 1337-3 art. 4.3.1.1 heeft een (staalgewapende) rubberoplegging een shear modulus van Gg = 0,9 MPa. De ontwerper kan echter ook voor twee andere waarden hebben gekozen: Gg = 0,7 MPa of Gg=1,15 MPa. Het verdient aanbeveling om opleggingen altijd te ontwerpen met Gg= 0,9 MPa omdat de overige moeilijker te produceren zijn en daarmee de kans groter is dat zij na productie niet voldoen. De vereiste shear modules dienen door de aanvrager opgegeven te worden.

Conform NEN-EN 137-3 art 4.4 kan een oplegging opgebouwd zijn uit de volgende ruwe materialen:

1e: Opgebouwd uit Natuurrubber (NR)

2e: Opgebouwd uit Polychloropreen (CR).

3e: Opgebouwd uit (binnen) NR met een (omhulling) van CR, alle materialen gelijktijdig aan elkaar gevulkaniseerd.

CR heeft een betere bestendigheid tegen ozonaantasting dan NR. Mits goed behandeld kan NR ook goed ozonbestendig zijn. E.e.a. is aan te tonen per batch met test RTD 1012 tabel 7.3.1.

Voorbeeld: Het betreft hier een oplegging met een glijdingsmodulus van Gg = 0,9 MPa. Dit Conform NEN-EN 1337-3 art. 4.3.1.1.

 

4: Normen en regelgeving

Het is zeer belangrijk dat de aanvrager expliciet is welke eisen er aan de opleggingen worden gesteld. Alle eisen en van toepassing zijnde normeringen dienen uit het bovenliggende contract overgenomen te worden. Dit ter voorkoming van onnodige faalkosten achteraf na levering en montage omdat niet aantoonbaar aan de eisen met zijn keuringen kan worden voldaan. Zie hoofdstuk 4.5 van het handboek.

 

5: Controle kwaliteit

Het verdient aanbeveling dat de aanvrager expliciet is in de benoeming van de documenten welke de leverancier minimaal moet leveren conform de normeringen en zijn resultaatsverplichtingen. Hiermee wordt de basis gelegd voor het toekomstige leveringscontract met hierin opgenomen de te controleren documenten door de KAM-medewerkers van de aanvrager.

Bij de levering van de opleggingen zijn de volgende documenten altijd vereist;

  • CE-certificaat van de fabrikant
  • CE-conformiteitsverklaring van de fabrikant
  • DoP Declaration of Performance.

Indien de RTD 1012 van toepassing is, zijn onderstaande documenten mede vereist;

Eisen voor toetsing van het materiaal en de fabricage volgens:

  • 7.3.1 Materiaal
  • 7.3.2 Geproduceerde opleggingen.

Indien er ook overgangsplaten moeten worden geleverd moeten deze conform RTD 1012 ook voldoen aan tabel 7.3.2.

De controle van de kwaliteit d.m.v. testen, zeker in de frequenties conform de RTD, kost geld. De totale markt: inkopers en leveranciers zijn anno 2017 aan het wennen aan deze eisen met bijbehorende kosten. Het is aan te bevelen om de kosten conform EN 1337 en RTD 1012 separaat aan te vragen bij de leveranciers.

Voorbeeld: Een handreiking voor benoeming van de specifieke documenten kan de volgende zijn:

Op basis van bovenstaande van toepassing zijnde normering en regelgeving behoort mede tot uw resultaatsverplichting om de kwaliteit van de opleggingen aan te tonen. Deze verificatie door u moet gebeuren met minimaal de volgende documenten:

 

6: Verificatie van overige eisen

De aanvrager kan onderzoeken of er extra eisen worden gesteld. Voorbeelden hiervan zijn tekeningen. Verlangt de aanvrager van de leverancier tekeningen voor het As-Built dossier? En welke eisen worden hieraan gesteld? Moeten tekeningen zijn opgesteld in overeenstemming met NLCS? Het is relevant om dit kenbaar te maken door de aanvrager.

Voorbeeld: Wij verwachten van u tekeningen van de opleggingen incl. hun laagopbouw en fabrikantnaam. De tekeningen moeten voldoen aan de NLCS-richtlijnen van RWS.

 

7: Afmetingen, aantallen en laagopbouw

De aanvrager benoemt de afmetingen en opbouw van de oplegging zoals de ontwerper heeft bepaald. Voor de traceerbaarheid van de specifieke oplegging in het totale proces is het ook hier weer van belang dat afmetingen gekoppeld worden aan het specifieke Kunstwerk.

De opbouw van een oplegging is beschreven per type in hoofdstuk 5 van het handboek.

De opleggingen zijn berekend op de staalplaatafmetingen (a’∙b’). Deze afmeting moet beschikbaar blijven. De staalplaatafmetingen volgen uit de buitenafmeting (a∙b) verminderd met tweemaal de dikte (to) van de omhulling. Indien de fabrikant om productietechnische redenen de dekking wil vergroten, dient de leverancier de opleggingen aan te bieden met een grotere buitenafmeting dan de aangevraagde a∙b. Indien de leverancier met zijn fabrikant niet in staat is grotere buitenafmetingen te leveren, is herberekening van de opleggingen met aangepaste a’∙b’ nodig.

Voorbeeld: De betreffende opleggingen hebben de volgende berekende afmetingen:

Alle maatvoering in mm.

De opleggingen zijn berekend op de staalplaatafmetingen a’∙ b’.

Indien u om productietechnische redenen de dekking wilt vergroten dient u de rubberopleggingen aan te bieden met een grotere buitenafmeting dan de aangevraagde a∙b.

Indien u niet in staat bent grotere buitenafmetingen te leveren, dient u nadrukkelijk te vermelden wat de dekkingsdikte van de zijkant wel is. Dan is herberekening van de opleggingen met aangepaste a’∙b’ nodig.

 

8: Levertijden en afleveradres

De aanvrager kan een week/datum opgeven waarin hij de opleggingen nodig heeft of vraagt naar de feitelijke levertijd van de leverancier. Een respectabele levertijd van de opleggingen in het algemeen is tien tot twaalf werkweken. Alleen dan heeft een leverancier tijd voor zorgvuldige communicatie met zijn fabrikant, voor productie en keuringen en voor documentbeheer en transport.

Onder levering dient te worden verstaan: de levering van de feitelijke oplegging inclusief de bijbehorende documenten. Indien de documenten later ter beschikking komen dan de opleggingen zelf kan gevraagd worden de tijdoverschrijding expliciet aan te geven.

Het afleveradres dient expliciet opgegeven te worden door de aanvrager.

Voorbeeld: De levering van de opleggingen en zijn documenten dient plaats te vinden over 13 weken. Wij verwachten de inkoop te doen over 2 weken.

Het afleveradres is: ………………

 

9: Garantie

Het is gebruikelijk dat in de UAV GC-contracten opleggingen apart worden benoemd aangaande garantie, incl. aansprakelijkheidsaspecten. De aanvrager dient de contracteis expliciet te vermelden bij zijn inkoop.

De aanvrager kan ook kiezen voor opgaaf van garantietijd en zijn aspecten bij de betreffende leverancier.

Garantie en (ontwerp)levensduur en/of onderhoudsvrije periode moeten niet verwisseld worden. Het is niet ongebruikelijk dat ook opdrachtgevers deze juridische aspecten door elkaar halen. Controle hierop dient door de aanvrager gedaan te zijn.

Voorkomen moet worden dat pas na inkoop garantie een issue wordt.

Voorbeeld: op dit werk is de UAV GC van toepassing met hierin voor wat betreft de opleggingen de garantie-eisen conform de bij deze aanvraag behorende bijlage.