3.5.2 De karakteristieke combinaties

De waarden van de verplaatsingen moeten worden afgeleid van de karakteristieke waarden. Voor de bepaling van de maximale voegbewegingen in diverse richtingen (t.o.v. de neutrale stand) dienen de berekende bewegingen in elk van de afzonderlijke richtingen (x,y,z)  te worden gecombineerd, daarbij rekening houdend met de maximale waarde van de speling in het opleg- of geleidingsysteem:
uSLS;KAR =  y0 uT;k + y0 uQ;k + y0 uw;k+ ucr;k + ush;k + uset;k

De combinatiefactoren zijn in beginsel ontleend aan NEN-EN 1990/NB, maar voor de verplaatsingen ten gevolge van thermische- en windbelastingen is de combinatiefactor ψ0 = 0,8 in plaats van 0,3, overeenkomstig de belastingcombinaties voor opleggingen in de RTD1012. Voor verkeersbelasting geldt ψ0 = 0,8. Dit resulteert in de volgende combinaties:

 

057

 

Het berekeningsresultaat, zijnde de maximale waarde van bovengenoemde combinaties dient te voldoen aan maximale voegopening c.q. minimale voegopening waarbij de voegovergang nog aan alle functionele eisen van deze RTD voldoet.

 

Toetscriterium

Het berekeningsresultaat dient kleiner of gelijk te zijn aan de bewegingscapaciteit van de voegovergang voor respectievelijk de x,y en z-richting. De voegovergang dient dan aan alle functionele eisen te blijven voldoen. Voor de toets op de minimale voegopening dient ucr;k, en ush;k niet in rekening gebracht te worden om aan de bewegingscapaciteit op de korte termijn te kunnen voldoen.

Indien de prestaties van het beoogde type voegovergang afhankelijk zijn de belastingsnelheid, dient onderscheid gemaakt te worden in langzaam optredende voegbewegingen en snel optredende bewegingen.