3.5.3 Fundamentele combinatie

In de uiterste grenstoestand mogen zowel in de brug als in de voegovergang zelf geen opspankrachten worden veroorzaakt die tot bezwijken van de voegovergang kunnen leiden. Voor de bepaling van de in rekening te brengen bewegingscapaciteit in de uiterste grenstoestand dient de maatgevende combinatiewaarde van de verplaatsing in de bruikbaarheidsgrenstoestand te worden vermenigvuldigd met een (overall) partiële factor van 1,2:

uULS = 1,2 * uSLS,KAR

Hiervoor is gekozen omdat indien de in de EN-1990 opgenomen partiële factoren voor de ULS gehanteerd zouden worden toegepast voor het berekenen van de vervormingen, dit dan leidt dit tot te grote, niet realistische waarden voor vervormingen.

 

Toetscriterium

Het berekeningsresultaat dient getoetst te worden aan:

  • de maximale voegopening waarmee in de berekeningen van de mechanische weerstand is rekening gehouden: (zie bijlage 1, B1.4.2 van de RDT1007-2)
  • de minimale voegopening: in de onderliggende constructie en in de voegovergang mogen geen opspankrachten optreden die leiden tot (lokaal) bezwijken van de voegovergang en/of schade aan de onderliggende constructie.

De bewegingscapaciteit in de uiterste grenstoestand heeft alleen betrekking op de functie mechanische weerstand. De voegovergang hoeft dus in deze grenstoestand niet aan alle functie-eisen te voldoen. De voegovergang dient bij het bereiken van de grenstoestand en daarna nog wel veilig berijdbaar te blijven, maar mag bijvoorbeeld wel lekkage vertonen.