3.3.7.1 Algemeen

Als gevolg van de verkeersbelasting vervormen de kunstwerken door de normaalkrachten, buiging en dwarskrachten.  De maximale waarden van deze vervormingen vormen mede de basis voor de bewegingscapaciteit van de opleggingen en de voegovergangen.
Een betonnen plaat of koker heeft een grotere stijfheid (EI) dan een stalen plaatligger of kokerligger (zoals brug Hagestein of de Moerdijkbrug), waardoor dit soort stalen brugdekken meer vervorming vertonen dan betonnen brugdekken bij een gelijke overspanning.
Boogbruggen en tuibruggen zullen over het algemeen een stijver gedrag vertonen.

Door verkeersbelasting veroorzaakte vervormingen van het brugdek en daaruit resulterende verplaatsingen en rotaties ter plaatse van voegovergangen en opleggingen treden in tegen stelling tot temperatuursbelasting, krimp en kruip zeer snel op.  De bewegingen zijn vaak relatief klein (tiende van mm’s tot enkele mm’s), maar ze treden zeer vaak op, waardoor vermoeiing kan optreden in bepaalde typen voegovergangen.

Flexibele voegovergangen gedragen zich onder een snel optredende belasting stijver als onder een langzaam optredende belasting. De opspankrachten kunnen daarbij hoger worden dan toelaatbaar waardoor de voegovergang gaat scheuren of onthechten.

Ook kan als gevolg van deze frequent optredende bewegingen slijtage in glijdvlakken van opleggingen optreden.

Het figuur hieronder toont een veel voorkomende situatie. Het betreft een doorgaand voorgespannen betonnen brugdek op 5 steunpunten met 4 overspanningen van 20 meter op rubber opleggingen.  De diverse voegbewegingen als gevolg van verkeersbelasting in relatie tot de tijd schematisch weergegeven.

 

042

 

Voegbewegingen als gevolg van verkeersbelastingen

Voegbewegingen als gevolg van verkeersbelastingen