3.4 Vervormingen van de onderbouw

Bij vervormingen van de kunstwerken i.r.t. voegovergangen en opleggingen hebben we het meestal over vervormingen van de bovenbouw. Maar ook dient rekening gehouden te worden de vervormingen van de onderbouw. Verticale zettingen van pijlers en landhoofden kunnen leiden tot rotaties ter plaatse van de opleggingen. Ook kunnen er onder invloed van horizontale gronddrukken horizontale verplaatsingen ter plaatse van de opleggingen en voegovergangen optreden.

Als gevolg van verticale en horizontale krachten op de onderbouw en de fundering zal de onderbouw iets kunnen vervormen en verplaatsen met mogelijke consequenties voor de bewegingen in de opleggingen en de voegovergangen (rotatie, translatie). Zowel bij het ontwerp van het kunstwerk als de opleggingen en voegovergangen dient met zettingen rekening te worden gehouden.

De vervormingen als gevolg van zettingen kunnen leiden tot blijvende dwangkrachten in het oplegsysteem in de vorm van verticale krachten, maar ook horizontale krachten. Zettingen van pijlers en landhoofden kunnen worden bepaald met NEN9997-1.

Bij vervormingen in de onderbouw wordt onderscheid gemaakt in:

  • Rotaties ten gevolge van verticale zettingen
  • Horizontale verplaatsingen door horizontale belastingen vanuit het rijdek
  • Horizontale verplaatsingen door horizontale gronddrukken