2.6.3 Sloopwerk

Bij vervanging dient de bestaande voegovergang te worden verwijderd. De sloopwijze dient beschreven te zijn in het kwaliteitsplan en dient zodanig te zijn dat geen gevolgschade wordt veroorzaakt die een constructief risico vormt voor het draagvermogen en duurzaamheid van de hoofdconstructie en voegovergang. De beschikbare uitvoeringstijd bepaalt in belangrijke mate hoe zorgvuldig gesloopt kan worden.

Indien ter plaatse van de voegsponning (rand)schade is ontstaan, dan dient deze rand zodanig voorbehandeld te worden dat de optredende spanningen aan de ondergrond kunnen worden overgedragen overeenkomstig de uitgangspunten van de ontwerpberekening. Aandachtspunten hierbij zijn de reinheid, ruwheid en vochtigheid van de ondergrond en zo mogelijk een goede inkadering van de reparatieranden. CUR-aanbeveling 118 geeft hiervoor richtlijnen. Reparaties dienen binnen deze aanbeveling als constructieve reparaties.