2.6.4 Montage / inbouw

Voor de inbouw is eveneens een kwaliteitsplan vereist. In het kwaliteitsplan dienen beheersmaatregelen voor de uitvoeringsrisico’s te zijn opgenomen. Ten minste de volgende risico’s dienen te worden beschouwd:

  • beschadiging van het kunstwerk (voorspanning, oplegging, landhoofd) tijdens het slopen van de bestaande voegconstructie;
  • vervuiling van de voegspleten tussen de landhoofden en de rijdekken en/of de rijdekken onderling tijdens sloopwerk (bij vervanging of renovatie) en het aanbrengen van asfaltbeton/kleeflaag;
  • achterloopsheid door onvoldoende hechting op de ondergrond (stortnaad);
  • gevolgschade aan het beton bij grote verschillen tussen dag- en nachttemperatuur door temperatuurschokken en door drukspanningen t.g.v. aanwezige bekisting in de sponning;
  • de specifieke uitvoeringsrisico’s per concept zoals opgenomen in de factsheets van de Meerkeuzematrix voegovergangen (RTD 1007-1).

Er dienen werkinstructies voor de uit te voeren werkzaamheden te zijn opgenomen. Alle relevante montagespecificaties zoals deze volgen uit het ontwerp en zijn vastgelegd in de uitvoeringsspecificatie dienen te worden opgenomen in een keuringsplan en bij de uitvoering (fabricage en/of inbouw) te worden geverifieerd. De uitvoering op de bouwplaats dient door de leverancier, of een door de leverancier aangewezen vertegenwoordiger, te worden geïnspecteerd en goedgekeurd. In de RTD1007-2 zijn uitvoeringseisen opgenomen voor risicovolle werkzaamheden.