2.4.4.4 Weerstand tegen slijtage

 

Slijtage door voertuigen kan optreden in het bereden oppervlak. Staalvezelbeton en staal zijn doorgaans zeer goed bestand tegen slijtage. Dit soort slijtage zal doorgaans alleen relevant zijn voor bereden rubber matten of voegafdichtingsprofielen in het bereden oppervlak. Slijtage kan ook optreden bij beweegbare delen. In meervoudige voegovergangen kunnen glijdlagers aanwezig zijn die onderhevig zijn aan slijtage. Met name bij stalen bruggen speelt dit een belangrijke rol.

 

Slijtage glijvlakken lamellenvoeg
Slijtage glijvlakken lamellenvoeg

 

Lamellenvoegovergangen en ondersteunde vingervoegovergangen bevatten (PTFE) glijvlakken die onderhevig zijn aan slijtage. Aangetoond dient te worden dat de slijtagecapaciteit van de aan slijtage onderhevige onderdelen als gevolg van de interne bewegingen in de voegconstructie in overeenstemming is met de geëiste ontwerplevensduur van de constructie(onderdelen) in tabel 1. De invloed van zowel verkeersbelasting als temperatuurbelasting dient daarin meegenomen te worden. Door middel van testen dient de grootte en snelheid van slijtage in beeld gebracht te worden. Door middel van een analyse dienen de effecten geanalyseerd te worden. De totaal optredende slijtage in glijdoppervlakken gedurende de verklaarde ontwerplevensduur mag niet leiden tot de volgende omstandigheden:

  • Onvoldoende mechanische weerstand (zowel statisch als vermoeiing)
  • Verandering in de kinematische uitgangspunten (verlies van origineel aanwezige contactdruk zoals daarbij in constructieve analyses is uitgegaan)
  • Compleet verdwijnen van onderdelen van het glijdsysteem
  • Toename van de wrijving tot een mate waarin schade aan de voegovergang ontstaat

De op deze wijze vastgestelde loopweg dient getoetst te worden tegen de berekende loopweg in een bepaald object. Voor het bepalen van de loopweg van een bepaald object dienen voor slijtage berekeningen voor wat betreft het aandeel van de temperatuur rekening gehouden te worden met:

  • gemiddeld temperatuurverschil tussen dag en nacht: 7.5° C;
  • gemiddeld temperatuurverschil tussen zomer- en wintertemperatuur: 15° C.

Als alternatief voor een gedetailleerde analyse van de loopweg kan worden uitgegaan van een loopweg van 120 x de maximale beweging per jaar gedurende de ontwerplevensduur. Voor het aandeel van de verkeersbelastingen dient te worden uitgegaan van de cumulatieve loopwegen ontstaan door de vermoeiingsbelasting op het kunstwerk volgens model FLM1 of FLM4 van de EN-1991-2. Dit betreft de loopweg ten gevolge van rotaties en translaties als gevolg van doorbuiging van het brugdek.