2.4.4.1 Inleiding

De mechanische weerstand wordt onderscheiden naar:

  • Statische sterkte: Uiterste grenstoestand (fundamenteel) en bruikbaarheidsgrenstoestand (karakteristiek)
  • Dynamische sterkte: grenstoestand vermoeiing
  • Weerstand tegen slijtage

De externe belastingen op voegovergangen zijn ontleend aan de Eurocode en bestaan hoofdzakelijk uit verkeersbelastingen. De wielprenten in EN 1991-2 hebben afmetingen van 40 x 40 cm voor het statische belastingsmodel LM1 en voor de vermoeiingmodellen FLM1 en FLM3. Bij voegovergangen worden de belastingen uit de wielen overgedragen op “kleine” onderdelen en is de lokale geometrie dus van belang. Bij analyse van de achtergronddocumenten bleek dat deze wielprenten niet bedoeld zijn om de lokale krachtsoverdracht te beschrijven. In zekere zin geldt dit ook voor de wielprent van 60 x 30 cm behorende bij het statisch belastingmodel LM2 en in mindere mate voor de wielprenten van de assen A, B en C behorend bij FLM2 en FLM4. Daarom zijn alternatieve wielprenten gedefinieerd binnen EOTA WG01.07/02. ETAG032 en RTD1007-2. Bijlage 1 beschrijft de wielprenten die gebruikt moeten worden. Ook beschrijft deze bijlage hoe moet worden omgegaan met de openingen waar geen kracht kan worden overgedragen. Deze belasting moet worden gesuperponeerd op het meest nabijgelegen dragende deel van de voegovergang. De overweging hierbij is dat als gevolg van de loopvlakstijfheid van de banden, er geen gelijkmatige verdeling van de belasting over het totale restoppervlak plaatsvindt. De as-geometrie voor LM1 en FLM1 en de zone-indeling voor de krachtsoverdracht is weergegeven in onderstaande figuren.

 

Wielprent voor voegovergangen
Wielprent voor voegovergangen

 

 

Indeling in zones contactoppervlakken
Indeling in zones contactoppervlakken