5.8 Schijnvoegen

Beschrijving

Met een schijnvoeg wordt bedoeld: een zaagsnede in de verharding die doorgaans gevuld wordt met bitumineuze voegvulling. De schijnvoeg in de verharding dient slechts als preventief middel om scheurvorming in de verharding op een gecontroleerde wijze te laten optreden. Op plaatsen waar de verharding over gaat van de aardebaan naar een ‘harde’ ondergrond (duikers, kleine bruggen) zal een zettingsverschil aanleiding kunnen zijn voor scheurvorming in de verharding. Met een gecontroleerde scheur (een verzwakking in de doorsnede van de verharding) zal de verharding niet een ongecontroleerd scheurpatroon vertonen, hetgeen wenselijk is voor het in stand houden van de weg.

Tunnels

In het “RAW-tijdperk” is lange tijd gebruik gemaakt van standaard ontwerpprincipes voor tunnels. Een relatief geringe mootlengte van maximaal 20 meter is veel toegepast. Voor de verharding in tunnels heeft dit geresulteerd in een standaard principe met schijnvoegen ter plaatse van de mootovergangen. Hiermee is vele jaren ervaring opgedaan. Enkele tunnels in Nederland zijn in een latere onderhoudsfase alsnog voorzien van voegovergangen met een grotere capaciteit omdat de schijnvoeg -veelal lokaal op een deel van de mootovergangen- ontoereikend was. Zie ook hoofdstuk 4.5 Tunnels.