5.2.1 Inleiding

Bij de bouw van veel bruggen vanaf ongeveer 1935 werden uitkragende vingervoegen en ook ondersteunde vingervoegen toegepast van eigen ontwerp bij Rijkswaterstaat. De eerste generatie niet waterdichte vingervoegen met symmetrische of niet symmetrische kam- of zaagtandplaten werd toegepast tot medio jaren ’70 in zowel betonnen als stalen kunstwerken. Voegovergangen van deze generatie zijn nog in gebruik, maar in veel gevallen vervangen door waterdichte constructies zoals nosing joints (enkelvoudige voegovergangen) of lamellenvoegen (meervoudige voegovergangen). Oorzaak was de soms geringe levensduur van types zonder stalen onderbouw, maar vooral de omvangrijke gevolgschade in de vorm van vervuiling en aantasting van onderdelen in de omgeving van de voegovergangen.

 

DSC01130 IMG_0035 Lekbrug_Vianen

 

Nieuwe generatie vingervoegen

De behoefte aan geluids- en onderhoudsarme voegovergangen heeft sinds de toepassing van het geluidsarme zeer open asfaltbeton en ervaringen met het onderhoud van lamellenvoegen geleid tot de toepassing van de nieuwe huidige generatie vingervoegen. In tegenstelling tot lamellenvoegen wordt het hemelwater bij deze nieuwe generatie afgevoerd aan de onderzijde van de voegovergangen via gootconstructies in de brugdekopening.

 

De transgrip uitkragende vingervoeg
De transgrip uitkragende vingervoeg
Mageba uitkragende vingervoeg
Mageba uitkragende vingervoeg
Transgrip uitkragende vingervoeg (Lekbrug Vianen, 2016)
Transgrip uitkragende vingervoeg (Lekbrug Vianen, 2016)

 

Subtypen

Bij deze familie worden twee subtypen onderscheiden:

  • Uitkragende vingervoegen
  • Ondersteunde vingervoegen

Ondersteunde vingervoegen van eigen ontwerp bevonden zich bijvoorbeeld in de stadsbrug Nijmegen, de Brug bij Wessem, en zijn nog steeds aanwezig in de Brug bij Gorinchem en het spoorwegviaduct bij Beek. De Moerdijkbrug heeft uitkragende voegen van eigen Rijkswaterstaat ontwerp. De volgende vingervoegen worden in de Meerkeuzematrix onderscheiden:

 

257

 

Aandachtspunt: verankeringen

De toename van het verkeer enerzijds en de ten tijde van het ontwerp onvoldoende kennis van vermoeiing leidde tot een toenemend aantal schaden bij dit type voegen. Vooral het gedrag van de verankeringen is een cruciaal aspect. Daarbij mag de verankering niet breken bij de maximale statische belasting en moet voldoende voorspanning aanwezig zijn om de wisselende krachten zodanig te reduceren in de verankering dat geen kans op breken door vermoeiing kan optreden tijdens de ontwerplevensduur. In de laatste jaren zijn door veel fabrikanten van uitkragende voegen de ontwerpen herzien en aangepast op de grotere verkeersbelastingen en aantallen voertuigen zoals nu worden waargenomen.

 

Krachten in een voorgespannen anker/boutverbinding door externe belasting
Krachten in een voorgespannen anker/boutverbinding door externe belasting