5.4.5.1 Langs en dwarshelling van de weg

Bitumineuze voegovergangen hebben een zekere mate van flexibiliteit die het mogelijk maakt om verplaatsingen in de flexibele massa op te vangen. Dezelfde flexibiliteit heeft een zekere mate van kwetsbaarheid voor rem- en aanzetkrachten vanuit het verkeer. Hoewel er geen nieuwe onderzoeken bekend zijn die de effecten van rem- en aanzetkrachten door helling in de weg beschouwen, wordt dit op basis van de oude richtlijnen voor bitumineuze voegen (1994) nog steeds als aandachtspunt benoemd. In de oude richtlijn werd als grenswaarde een helling van 4% als maximum gehanteerd.