5.4.7.1 Aantonen geschiktheid op basis van beproeving (typeonderzoek)

Niet alleen in Nederland waren er wisselende ervaringen met het presteren van bitumineuze voegovergangen, maar ook in o.a. Zwitserland, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk werden er relatief vaak te korte levensduren behaald met bitumineuze voegovergangen. In de genoemde landen is intensief onderzoek gedaan naar het faalmechanisme van deze voegovergangen. Met name in Zwitserland en Duitsland is uitgebreid onderzoek uitgevoerd naar de oorzaken van het vroegtijdig falen van bitumineuze voegovergangen. Op basis van analyses van de onderzoeksresultaten zijn nieuwe functionele proeven en bijbehorende eisen ontwikkeld, die in de laatste richtlijnen van de betreffende landen zijn opgenomen.

Na de invoering van deze richtlijnen steeg de gemiddelde levensduur aanzienlijk en werd het vroegtijdig falen van bitumineuze voegovergangen enorm teruggedrongen. De ETA werkgroep, die de ETAG 032 deel 3 heeft opgesteld, heeft gretig gebruik gemaakt van de positieve ervaringen, die in Duitsland, Zwitserland en het Verenigd Koninkrijk zijn opgedaan met functionele proeven voor voegovergangen. Ook de Nederlandse werkgroep, bestaande uit opdrachtgevers en –nemers en leveranciers heeft dankbaar gebruik gemaakt van dezelfde ervaringen en heeft uit de EATG 032 deel 3 een keuze gemaakt voor toepassing in de RTD 1007-4.

In 2013 is in Europees verband de ETAG richtlijn nr. 032 “Expansion joints for road bridges” uitgebracht. In de ETAG 032 deel 3 Flexible Plug Expension Joints is speciale aandacht besteed aan de initiële typeonderzoek van flexibele voegovergangen. Na de introductie in hoofdstuk 1 en de scoop in hoofdstuk 2 wordt in hoofdstuk 3 de terminologie behandeld. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de eisen en in hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de verificatie methoden. In hoofdstuk 6 is een tabel opgenomen, waarin de link wordt gelegd tussen de essentiële eisen
naar producteisen. In hoofdstuk 7 worden ingegaan op aanbevelingen voor het inbouwen en hoe het gedrag tijdens gebruik kan worden gemonitord. Tenslotte wordt in hoofdstuk 8 ingegaan hoe de initiële type testing moet worden gedocumenteerd.

Aangenomen is dat als de flexibele voegovergangen voldoen aan de eisen voor de proeven genoemd in hoofdstuk 5, dat een levensduur van 10 jaar mag worden verwacht. Voor Nederland geldt een aantal zaken waarmee aanvullend rekening gehouden dient te worden:

  • Voor grote delen van het Nederlandse hoofdwegennet is het in de ETAG 032 deel 3 aangehouden uitgangspunt van 500.000 motorvoertuigen per jaar onvoldoende. Op dedrukst bereden wegen ligt dit een factor 4 à 5 hoger;
  • In Nederland worden in tegenstelling tot landen als Duitsland, Zwitserland en Oostenrijk op grote schaal bruggen en viaducten gemaakt van geprefabriceerde liggers en drijvende oplegsystemen. Dergelijke constructie kennen een ander vervormingsgedrag onder verkeersbelasting;
  • Op bijna 90% van het Nederlandse hoofdwegennet worden in tegenstelling landen als Duitsland en Zwitserland open deklagen toegepast. Dit heeft gevolgen voor het ontwerp van flexibele voegovergangen.

De RTD 1007-4 beoogt een bijdrage te leveren aan de toepassing van een nieuwe generatie duurzamere flexibele voegovergangsconstructies onder Nederlandse omstandigheden en vormt een handreiking voor aannemers om aan te tonen dat aan functionele eisen wordt voldaan, zoals gesteld in de Rijkswaterstaat richtlijn RTD 1007-2. Met behulp van de proeven uit de RTD 1007-4 kan de leverancier de geschiktheid van zijn aanbieding aantonen door het uitvoeren van een initiële typeonderzoek. Belangrijk voor de systeemproeven is dat het toegepaste materiaal en wijze van uitvoeren goed worden vastgelegd i.v.m reproduceerbaarheid. Zowel in de ETAG 032 deel 3 als in de RTD1007-4 zijn daarom ook diverse componentproeven vastgelegd waarmee de afzonderlijke materialen dienen te worden gekarakteriseerd. Het gaat te ver om in deze syllabus alle proeven uit de ETAG 032 deel 3 te behandelen. Daarom zal alleen worden ingegaan op de nieuwe systeemproeven voor flexibele voegovergangsconstructies.

De systeemtesten bestaan in hoofdlijnen uit twee type testen:

  • Wielspoorproeven;
  • Rekproeven.