6.8.3 Flexibele voegovergangen

Bitumineuze voegovergangen

Voor bitumineuze voegovergangen worden veel gelijksoortige activiteiten uitgevoerd. De gangbare keuringen worden hieronder uiteengezet zonder onderscheid te maken tussen voegovergangen met of zonder wapeninginlage, met of zonder veerconstructie, met of zonder gietasfalt randbalken, etc.

 

Activiteit Aspect Toelichting
Inzagen en opbreken van de verharding Inmeten dikte verhardingen

Inmeten breedte inbouwruimte

Beoordelen kunstwerk Inmeten voegopening De afdekplaat van het product die de dilatatie zal overbruggen, wordt impliciet of expliciet begrenst op een maximale voegopening in het kunstwerk. De plaat dient voldoende sterk en stijf te zijn.
Beoordelen kunstwerk Vlakheid ondergrond De ondergrond dient aan weerszijde van de voegovergang vlak te zijn afgewerkt om het “correct verschuiven” van de staalplaat (met de dilatatie als onderbreking) mogelijk te maken.

De staalplaat mag niet “veren” onder de voegmassa en niet een weg naar het rijdoppervlak creëren door vervorming van de staalplaat.

Positioneren constructie/massa Gecentreerd boven de dilatatie Een nieuwe voegovergang wordt in principe gecentreerd boven de opening in het kunstwerk. Geringe a-symmetrie is bij uitzonderingen mogelijk mits dit mogelijk is bij de optredende bewegingen (toetsen).
Voorbehandelen hechtvlakken Reinheid, aanhechting nieuwe materialen De hechting van het nieuwe voegproduct dient gerealiseerd te worden in overeenstemming met de voorschriften van de leverancier (of het eigen ontwerp). Zowel het beton als de asfaltflanken worden goed gereinigd en voorzien van primer of bindmiddel.
Aanbrengen flexibele massa Opnamecapaciteit i.r.t. het ontbreken van de mogelijkheid om het product af te stemmen op een wisselende constructietemperatuur. Op het moment van installeren kan de voegmassa niet worden afgestemd op de constructietemperatuur. De massa kan vanaf dat moment de stuik en rek ondergaan die middels proeven is aangetoond. Het installeren van de voegovergang zal veelal beperkt worden door een bandbreedte aan geschikte constructietemperaturen. Twee redenen:
  1. de capaciteit van het product bij een bepaalde constructietemepratuur
  2. de consequenties hiervan voor ‘hol en bol’ worden van de massa als gevolg van veranderingen in de temperatuur, met bijbehorende hoogteverschillen in het bereden deel.
 Aanbrengen flexibele massa Laagdikten of aantal lagen Het aanbrengen van de flexibele massa wordt altijd opgevolgd door het “afpenetreren” van de holle ruimten in deze massa. Hiervoor wordt hete bitumen over de steen gegoten, dat in de holle ruimten vloeit. Afhankelijk van de temperatuur, de bijbehorende viscositeit en de grootte van de ruimten tussen de stenen zal de bitumen tot een gelimiteerde laagdikte goed in de holle ruimten vloeien. Dit kan per product verschillen. Normaliter zijn de lagen elk maximaal 50 mm dik.
 Aanbrengen flexibele massa Verwerkingscondities Een flexibele voegmassa bestaat uit hete, vooromhulde steen en hete bitumen. Om een volledige vulling van de holle ruimten tussen de stenen te verkrijgen, moet de bitumen voldoende “vloeibaar” zijn. Dit wordt bereikt door een tamelijk hoge temperatuur. Het aanbrengen (en afpenetreren) van de massa leidt bij de juiste temperatuur tot een waterdicht product.

Het materiaal mag echter niet te heet worden waardoor waardevolle toevoegingen in de bitumen hun eigenschappen verliezen.

Aanbrengen steenslag t.b.v. stroefheid Verwerking De stroefheid van een bitumineuze voeg wordt verkregen door de flexibele massa ‘aan het eind’ in te strooien met (soms verwarmde) split. Het inhaken van de split vraagt om een juiste viscositeit van het bindmiddel dat zich aan de bovenzijde van de voegmassa bevindt. De bitumen en/of de steen zullen dus (iets) verwarmd moeten zijn. Een overvloed aan bitumen kan leiden tot het volledig “inrijden” van de split onder verkeersbelasting waardoor de stroefheid afneemt. Doorgaans leidt dit niet tot risico’s, behalve in bochten.