6.2.4.2 Oriëntatie van de wapening

De oriëntatie van de wapening in een constructie heeft een raakvlak met de oriëntatie van de verankering van de voegovergang. Dit is vooral afhankelijk van de hoofdrichting van de wapening in een constructie. Bij brugliggers met een afschuining in de kop van de ligger ligt de hoofdwapening in de lengte van de ligger en zal eventuele schenkelwapening in de kopsparing praktisch worden ingepast. Belangrijke aandachtspunten hierbij zijn:

  • fysieke knelpunten van ankerlussen en de wapening in het dek of het landhoofd (met name bij voegconcept 1.2, 2 en 7)
  • indien de ankers van de voeg schuin gemonteerd worden: wat zijn de constructieve gevolgen bij schuin gemonteerde voegankers? (wat is constructief mogelijk en wie toont dit aan?)
  • hart-op-hart afstanden tussen scheef gepositioneerde schenkels of haarspelden in relatie tot de hart-op-hart afstand tussen de voegankers
  • is er nog extra wapening benodigd in de overgang tussen 2 liggers of loopt de hart-op-hart afstand netjes door?

Advies

Voegovergangen zijn gestandaardiseerde producten die in een veelvoud aan situaties worden toegepast. De ontwerpberekening van een standaard product dekt wellicht niet alle situaties die in uw project voorkomen. Toets daarom welke situaties zich voordoen en wat de mogelijkheden zijn voor het afstemmen van de wapening in het kunstwerk en de verankering van de voegovergang. Bij schuin gemonteerde voegankers wordt de krachtswerking in de constructie beïnvloed, en zal er mogelijk extra wapening in de constructie worden aangebracht. Het is ook mogelijk om de ankerlussen groter uit te voeren zoals te zien op de foto. Raadpleeg uw leverancier voor de mogelijkheden.