6.2.3.4 Dektemperatuur bij installatie

Beschrijving

De invloed van temperatuur in de constructie op de installatie cq. afstelling van voegovergangen.

 

Uitleg

Een bekend fenomeen bij de installatie van voegovergangen betreft de invloed van temperatuur. De opwarming en afkoeling van een constructie resulteert respectievelijk in een verlenging en verkorting van het object. Deze vervorming heeft (mogelijk) gevolgen voor:

  • de positie van de verankering van de voegovergang in relatie tot beschikbare ruimte in de onderliggende constructie;
  • de afstelling van de voegopeningen tussen de randprofielen (concept 1, 2, 7);
  • de op te nemen verkorting en verlenging vanaf het moment van installatie die bij mattenvoegen (concept 3), flexibele voegen (concept 4), verborgen voegen (concept 5) en integraalvoegen (concept 6) niet of nauwelijks instelbaar is.

Rekening houdend met de mogelijke constructietemperatuur bij installatie dient de voegovergang aan de volgende eisen te voldoen:

  • de minimale voegopening moet groter zijn dan 0 (UGT);
  • de maximale voegopening van nosing joints zonder sinusplaten moet kleiner zijn dan 80 mm (BGT);
  • bij flexibele voegovergangen en mattenvoegen moeten de opneembare stuik en rek in de massa geschikt zijn voor de voegbewegingen die vanaf het moment van installatie zullen optreden.

 

314

312

 

Advies

Bij het bepalen van de verplaatsingen wordt initieel uitgegaan van de neutrale stand (10 graden Celsius). Hiervoor is veelal specifiek bepaald hoe de verkorting en verlenging van het object zich verhouden. Specificeer de voegopening ook voor andere temperaturen en beoordeel wat de grenswaarden zijn. Niet zelden blijkt een minimale en/of maximale temperatuur aan de orde waarbij de voegovergang geïnstalleerd kan worden. Maak dit expliciet op de tekeningen en in de communicatie naar de voegleverancier.

 

Aandachtspunt 1: kleinere afstelling vs. benodigde voegopening voor montage van het rubber

Wanneer de opening tussen de randprofielen bij installatie tamelijk klein moet zijn (bijv. onder hoge temperaturen), kan de staalconstructie hierop worden afgesteld. Let hierbij op de minimaal benodigde ruimte voor het inbrengen/monteren van het rubberprofiel. Als het rubber niet kan worden ingebracht, zal dit alsnog op een later moment dienen plaats te vinden. Het uitstellen van deze werkzaamheden kan gevolgen hebben voor het aantal benodigde wegafzettingen, de kans op uitspoeling van een talud of ongewenste aantasting van de betonconstructie door hemelwater en dooizouten.

 

Aandachtspunt 2: flexibele voegen

Flexibele voegen hebben over het algemeen een kleinere capaciteit ten aanzien van het opnemen van vervormingen. Deze capaciteit is doorgaans niet evenredig verdeeld. De flexibele massa kan iets meer rek opnemen dan indrukking. De installatietemperatuur speelt dan een belangrijke rol. Beoordeel goed bij welke temperatuur de massa aangebracht kan worden om alle verplaatsingen vanaf het moment van installatie op te kunnen vangen. Specificeer de grenswaarden voor de minimale constructietemperatuur en de maximale constructietemperatuur waarbij het product voor het betreffende object geschikt is.