1. Inleiding opleggingen

Opleggingen komen in diverse verschijningsvormen voor in vrijwel alle Nederlandse betonnen en stalen bruggen en viaducten. Opleggingen zijn nodig om de bovenbouw (dekconstructie) los te koppelen van de onderbouw (fundering en steunpunten). Het komen tot een juist en goed functionerend oplegsysteem vereist veel kennis en samenwerking die verspreid is over veel partijen in de keten. Het Handboek Opleggingen wil bijdragen aan het vergroten van kennis en verbeteren van samenwerking.

Opleggingen vormen de verbinding tussen de bovenbouw en de onderbouw. De functie van een oplegging is tweeledig:

  • Het verzorgen van de overdracht van belastingen vanuit het brugdek naar de onderbouw;
  • het faciliteren van de bewegingen van de bovenbouw t.o.v. de steunpunten en wel zodanig dat de positie van het dek wordt geborgd zonder dat er dwangkrachten ontstaan.

Een groot aantal fenomenen heeft invloed op de opleggingen:

  • Doorbuiging door verkeersbelastingen;
  • verkorting van het beton ten gevolge van krimp en kruip en eventueel aangebrachte voorspanning;
  • verlenging en verkorting ten gevolge van temperatuurveranderingen;
  • krommingen van de dekconstructie ten gevolge van temperatuurverschillen tussen onder- en bovenzijde;
  • invloed van de gekozen bouwmethode;
  • invloed van horizontale wind, rem- en centrifugaalkrachten op de constructie;
  • effecten van horizontale en verticale vervormingen van de onderbouw door zettingen of reacties op belastingen;
  • eventuele aanrijd- en aanvaarbelastingen;
  • wrijvings- en geleidingskrachten uit het oplegsysteem zelf.

Voor het goed kunnen laten functioneren van een oplegging is het belangrijk dat deze gedurende alle fasen van de levenscyclus de juiste aandacht krijgt. Deze fasen betreffen ontwerp, fabricage, uitvoering, beheer en onderhoud. In dit handboek staan deze aandachtspunten beschreven. Voor elke fase wordt de relevante theorie behandeld en vertaald naar de praktijk.