4.4 Bij aanbestedingen

Bij aanbesteding wordt er van marktpartijen verlangd dat zij -met beperkte inspanningen- een aanbieding kunnen maken voor het project.

Er zijn diverse contractvormen mogelijk. Bij traditionele bestekken is de oplossing reeds door de opdrachtgever geselecteerd en kan eenvoudig weg een aanbieding worden gemaakt op basis van het besteksontwerp. Van belang is verder de risicoverdeling, in bijzonder het uitgangspunt m.b.t. de inbouwhoogte i.r.t. de dikte van de wegverharding en de mogelijkheid om voor noodzakelijke uitvullingen benodigde grotere hoeveelheden materiaal te verrekenen.

In geval van het ontbreken van een definitief ontwerp ontbreekt het veelal aan inzicht om tot de juiste keuze te komen. Dit is vooral bij DBFM en D&C-contracten het geval. Voor marktpartijen is het in de tenderfase ten aanzien van voegovergangen veelal voldoende om op basis van de eisen en vrijheden een passend budget te bepalen. Uitzonderingen: aanbestedingen waarbij op basis van EMVI-criteria een fictieve waarde wordt toegekend, bijvoorbeeld bij optimalisaties op basis van LCC of duurzaamheid. Het bepalen van een passend budget blijkt niet altijd eenvoudig, zo leert de praktijk. Men dient vooraf inzicht te hebben in een reeks variabelen en uitgangspunten (zie ook de inkoop checklist). Wanneer men overweegt om met zeer beperkte inspanning te begroten, neem dan de volgende zaken in acht:

 

Aspect Toelichting
Is de ROK 1.3 of hoger van toepassing? ROK1.3 stelt t.o.v. RTD1007-2 een aanvullende eis aan het ontwerp van nieuwe kunstwerken en specifiek t.a.v. de levensduur van de verankering van voegovergangen.

ROK1.3 levensduureis verankering
ROK1.3 levensduureis verankering

Is de RTD1007-2 van kracht? Slechts een beperkt aantal voegproducten wordt door Rijkswaterstaat erkend als een geschikte oplossing voor de objecten die in haar beheer zijn.

Indien de RTD1007-2 van kracht is, dan is ook de RTD1007-3 automatisch van kracht.

Is de RTD1007-3 (geluidseisen voor voegovergangen) van kracht? Dit resulteert in de meeste gevallen tot een voegproduct dat minder geluid produceert, en dat betekent in veel gevallen dat ofwel een verbeterde flexibele voegovergang toegepast kan worden, of een stalen voegovergang met sinusplaten. Verbeterde flexibele voegovergangen zijn financieel aantrekkelijker dan stalen voegovergangen met sinusplaten, maar hebben ook een kleinere capaciteit t.a.v. verplaatsingen. Daarnaast bieden integraalvoegen en verborgen voegovergangen wellicht een interessante oplossing.

Stalen voegovergangen zonder sinusplaten kunnen afhankelijk van het type aangrenzende deklaag, de kruisingshoek en de ontwerpsnelheid mogelijk ook voldoen aan de geluidseisen. Hiervoor is echter meer informatie nodig, evenals een berekening. Voor het calculeren van een passend budget is het goed om te weten dat dit in verhouding minder vaak voor zal komen dan een geluidreducerende voegovergang.

Is er sprake van zijdelingse bewegingen in het oplegsysteem? Zijdelingse bewegingen in het oplegsysteem (zoals bij kunstwerken met drijvende oplegsystemen) mogen niet groter zijn de capaciteit van het voegproduct. Specifiek wordt gewezen op de zijdelingse capaciteit van voegovergangen met sinus-/zaagtand-/vingerplaten. Een geleiding in het oplegsysteem kan nodig zijn.

Voor flexibele voegovergangen, mattenvoegen en voegproducten die in de verharding zijn geïntegreerd, is het product mogelijk niet/nauwelijks/ten dele onderzocht of beproefd op het gedrag bij zijdelingse bewegingen. Wanneer de productinformatie en de prestatieverklaring hierover geen informatie geven, wordt u wellicht in een latere fase verrast door de kosten van een aantoonbaar geschikt product.

Zijn de langsverplaatsingen groter dan 80 mm? De maximale voegopening van een voegovergang met dilatatieopening bedraagt 80 mm. Er zijn enkelvoudige voegovergangen verkrijgbaar (met sinusplaten) die niet aan deze eis hoeven te voldoen omdat het product zowel aan de eisen t.a.v. de veiligheid, het rijcomfort als het geluid voldoet terwijl een grotere langsverplaatsing (tot 95 mm) mogelijk is.

Mattenvoegen zijn eveneens in staat om met grotere verplaatsingen aan de gestelde eis te voldoen, maar worden in ieder geval niet toegestaan in het hoofdwegennet van Rijkswaterstaat.

Bij voegbewegingen groter dan 95 mm Voor grote bruggen komen vingervoegen en lamellenvoegen in beeld. Hierbij zijn eveneens grotere verplaatsingen opneembaar en geldt de 80 mm-eis voor elke afzonderlijke openingen tussen de verschillende lamellen.