6.2.8.2 Hydrofoberen liggerkoppen

Bij nieuwe kunstwerken dienen verschillende oppervlakken nabij de voegovergang gehydrofobeerd te worden. Dit kan zowel voor als na het installeren van de voegovergangen. Indien men besluit om het hydrofobeermiddel aan te brengen voor het installeren van de voegovergangen dan is het belangrijk dat de hechtoppervlakken voor de voegovergang niet worden ‘besmeurd’. Hydrofobeermiddel beïnvloedt immers de aanhechting van nieuw beton op de delen die voorzien zijn van hydrofobeermiddel. Vanuit dit oogpunt kan men overwegen om het hydrofobeermiddel aan te brengen nadat de voegprofielen zijn geïnstalleerd (maar voordat het rubberprofiel wordt aangebracht).

Wat te doen als de hechtvlakken zijn gehydrofobeerd?

Indien tijdens het hydrofoberen ook betonnen hechtvlakken zijn behandeld (bedoeld of onbedoeld) waarop later nieuw beton wordt aangebracht voor de voegovergangen, dan zal het gehydrofobeerde hechtoppervlak eerst gestraald of gefreesd moeten worden. De bovenste laag van het beton met hydrofobeermiddel in de poriën wordt hiermee verwijderd waarna het opbouwen met nieuw beton weer goed mogelijk is. Zonder het beton goed te “reinigen” zal de hechting van het beton niet zo goed zijn als aanvankelijk aangenomen in de uitgangspunten van het voegontwerp. Het is voor te stellen dat deze ongewenste behandeling van het beton zich voordoet wanneer:

  • een nieuwe voegovergang met lusankers wordt aangebracht na het asfalteren (het dek wordt immers aan de bovenzijde gehydrofobeerd voordat het asfalt erop gaat)
  • een nieuwe voegovergang met lijmankers wordt aangebracht na het asfalteren (idem).