6.7.3 Opbreken asfalt

Bij het vervangen van bestaande voegovergangen wordt de bestaande voeg doorgaans als eerste verwijderd, samen met de aangrenzende verharding. Na het verwijderen van de bestaande voeg is de dilatatie blootgelegd. Om het (nieuwe) asfalt op de juiste locatie te verwijderen, wordt er beoordeeld of de dilataties in de schampranden overeen komen met de dilatatie in het rijdek. In enkele gevallen komt dit niet overeen en is het belangrijk om de locatie van de dilatatie te ‘verklikken’ of in te meten op coördinaten. Na het asfalteren wordt de voegovergang ‘uitgezet’ met zaaglijnen.

Inzagen

Het inzagen gebeurt met een mobiele handzaag of een zware, berijdbare zaagmachine. De zaag wordt in de machine op een bepaalde diepte afgesteld. Het is veelal belangrijk dat deze diepte overeenkomt met de dikte van de verharding. Onvoldoende diep zagen, geeft complicaties bij het verwijderen van het asfalt. Er blijven resten achter of er wordt onverhoopt een stukje asfalt van de flanken mee verwijderd. Wanneer er te diep wordt gezaagd en de onderliggende betonconstructie is geraakt, zijn er grofweg 2 scenario’s:

  1. De zaagsnede zit in de dekkingzone maar heeft geen wapening geraakt; het beton dient hersteld te worden om de duurzaamheid van de hoofddraagconstructie te garanderen.
  2. De zaagsnede is te diep gegaan en heeft de constructiewapening geraakt of doorgezaagd; de constructie dient beschouwd te worden door een constructeur. Ook deze schade zal worden hersteld.

 

Verwijderen

Het verwijderen van asfalt wordt zowel handmatig als met kraan uitgevoerd. Dit hangt voornamelijk af van de dikte die het verhardingspakket heeft. Bij het verwijderen worden grote brokken asfalt losgebroken die erg zwaar kunnen zijn. In veel gevallen wordt daarom een mobiele kraan ingezet. Met een relatief spitse kop prikt de pneumatisch aangestuurde hamer het asfalt in brokken en lepelt ze als het ware uit de voegsponning.