6.2.2.3 Hoogteaansluitingen

Beschrijving

Het verschil in de hoogte van het asfalt en de voegovergang als gevolg van een gekozen werkmethode.

 

Uitleg

De aansluiting van het asfalt en de voegovergang vraagt een nauwkeurige werkwijze om aan de eisen te voldoen. Conform RTD1007-2 wordt een hoogteverschil van 3 mm toegestaan waarbij het uitgangspunt is dat de voegovergang niet hoger ligt dan de verharding. De verharding zal onder verkeersbelasting mogelijk nog iets ‘inklinken’ en ter plaatse van de rijsporen ook spoorvorming vertonen. Wanneer de voegovergang bij installatie boven de verharding uitsteekt, zal dit met de tijd worden vergroot door genoemde factoren. Idealiter sluit de verharding bij aanleg 2-3 mm boven de voegovergang aan.

Met de genoemde eis als gegeven, kan men het raakvlak op 2 manieren benaderen:

  • wat betekent deze eis wanneer de voegovergang wordt aangelegd na het aanbrengen van de (volledige) verharding?
  • wat betekent deze eis wanneer de (deklaag of) volledige verharding wordt aangebracht na het monteren van de voegovergangen?

 

Risico

Bij het aansluiten van asfalt deklagen op eerder gemonteerde voegovergangen is het belangrijk dat de machinist van de spreidbalk en de asfaltverwerkers aandacht besteden aan de hoeveelheid asfalt langs de voegovergang. De praktijk leert dat deze aansluiting niet eenvoudig te realiseren valt en tegelijk worden er projecten opgeleverd waar een keurig resultaat is behaald.  Te hoge aansluitingen op de voegovergang worden doorgaans niet geaccepteerd waardoor het aanpassen van de deklaag nodig zal zijn.

 

IMG_1906