6.1.3 Voegovergang met lijmankers (renovatie)

In de volgende tabel worden verschillende stappen in het realisatieproces beschreven. Aan de hand van de toelichting per stap kan de rolverdeling “Uitvoeringsproces voegovergangen” worden afgestemd. Met de beschrijving van het uitvoeringsproces worden de verschillende interacties weergegeven die er plaatsvinden bij de totstandkoming bij de standaard werkmethode van een voegovergang met lijmankers: inbouw op het dek na gereedkomen van asfalteren. In de tabel is het uitgangspunt dat de voegovergang in een nieuw kunstwerk wordt gerealiseerd.

De realisatie van voegovergangen met lijmankers is gebaseerd op installatie na het aanbrengen van de verharding. In het asfalt worden sparingen gecreëerd waarin geprefabriceerde staalprofielen n gemonteerd worden bestaande uit stalen randprofielen met aangelaste platen voorzien van langswapening. Het geheel wordt verankerd aan de ondergrond met behulp van verticaal verlijmde ankers, aangebracht door BRL0509 gecertificeerde applicateurs. De sparingen worden na het monteren van de voegovergangen gevuld met staalvezelbeton (kleur antraciet) dat in verharde toestand direct bereden wordt. De waterdichtheid wordt verkregen door het toepassen van een ingelepeld afdichtingsrubber in de klauwprofielen van de voegovergang.

Bij toepassing van sinusplaten worden deze op de stalen onderbouw gemonteerd nadat het afdichtingsprofiel is aangebracht. De sinusplaten worden toegepast om de geluidproductie van de voegovergang als gevolg van voertuigpassages over de voegovergang te reduceren.

Het proces om een geschikte voegovergangsconstructie te realiseren lijkt over het algemeen eenvoudiger dan bij voegovergangen met lusverankering. Dit komt onder meer doordat veelal gewerkt wordt met standaard sectie waarbij enkel t.p.v. de schamprand, middenberm en gootconstructie kunstwerk specifieke details worden gefabriceerd. Daarentegen iets meer aandacht in de uitvoering i.v.m. de koppeling van segmenten met behoud van een goed conserveringssyteem.

Naast het werken met geprefabriceerde segmenten lijkt ook de verankering iets minder aandacht te vragen i.r.t. de verharding. Lijmankers worden over het algemeen conform de uitgangspunten van het onderliggende ontwerp op een vaste diepte aangebracht in een betonconstructie waarbij de afstemming met de wapening in de onderliggende constructie niet veel aandacht lijkt te vragen. Het werken met lijmankers vraagt daarentegen een goede voorbereiding om zeker te stellen dat aan alle uitgangspunten en eisen van het ontwerp kan worden voldaan, zie hiervoor par. 6.2.8 Onderbouw (verankeren in)

 

1. Productie Indien het betonconstructie wordt uitgerust met silicone pluggen: “gatenmakers”, zal in goed overleg worden vastgesteld wat het patroon van de gaten is. Van invloed zijn de uitvoeringstoleranties en de krimp/kruip effecten die optreden tot het moment van installatie. Er is doorgaans weinig speelruimte in de positie van lijmankers waardoor een goede afstemming erg belangrijk is. Het toepassen van silicone pluggen is alleen mogelijk bij nieuwe kunstwerken

Betrokken:

Ontwerper civiel

Leverancier brugliggers (indien sparing wordt voorzien)

Projectcoördinator (civiel)

Uitvoerder (civiel)

Leverancier voegovergangen

2. Asfalteren Zodra het betonwerk gereed is, kan de asfalteur het kunstwerk gaan asfalteren. Aan de hand van inmetingen wordt het alignement vastgesteld en wordt de verharding hierop afgestemd. Eventuele uitvullingen nabij de steunpunten wordt bij de voegovergangen doorgaans opgelost met dikkere randbalken dus de afstemming met de leverancier is over het algemeen beperkt.

Ter plaatse van de voegovergangen zal een gedeelte van de betonconstructie worden afgeschermd middels een afdekplaat zodat het beton niet wordt ‘gekleefd’ en eventuele gespaarde gaten schoon blijven. Deze afscherming is idealiter gelijk aan de breedte van de nieuwe voegovergang maar wordt doorgaans iets kleiner gehouden. Dit in verband met toleranties in de montage van de plaat en het voorkomen dat deze afscherming (na het zagen en opbreken van de verharding) zichtbaar onder het asfalt blijkt te zitten. De afdekplaten dienen goed te worden gefixeerd om te voorkomen dat deze gaan schuiven door de belasting van de spreidmachine. .

Veelal zal de dilatatievoeg een rechte lijn volgen over de hele breedte van het kunstwerk inclusief schampkanten. Soms verspringt de dilatatievoeg ter plaatse van de schampkanten door afwijkende vormgeving van het kunstwerk. In dat geval is het van belang dat de dilatatie in de rijbaan vooraf  wordt ‘verklikt’ op de schampranden als deze na asfalteren niet meer zichtbaar is. Hetzelfde geldt voor dilataties die een kromming of knik hebben. De maatvoering van de voeg dient dan vooraf eerst goed ingemeten en vastgelegd te worden. 

Betrokken:

Projectcoördinator

Landmeter

Site-Engineer (wegen)

Uitvoerder (wegen)

3. Uitzetten zaaglijnen Voor het uitbreken van de strook asfalt ter plaatse van de nieuw aan te leggen voegovergangconstructie, worden zaaglijnen op het asfalt uitgezet. De positie van de zaaglijnen is gerelateerd aan de dilatatie onder het asfalt. De diepte van de zaagsneden is idealiter gelijk aan de dikte van de verharding. De leverancier zal voor het zagen en opbreken dus informatie nodig hebben over de gerealiseerde dikte van de verharding. Hiermee wordt enerzijds voorkomen dat er niet voldoende diep wordt gezaagd, en anderzijds dat het beton niet wordt geraakt.

 

 

Betrokken:

Projectcoördinator

Uitvoerder (wegen)

Leverancier voegovergangen

 4. Opbreken en controleren Na het zagen wordt de verharding opgebroken en kan de afscherming van het beton worden verwijderd. Deze afscherming is doorgaans een houten plaat, asfaltwapening of geotextiel.
  • De betonconstructie en de verharding kunnen visueel worden beoordeeld op de zaagdiepte en reinheid van het beton;
  • Eventuele asfaltkleef zal verwijderd worden en de eventueel gespaarde gaten zijn wellicht iets vervuild;
  • De positie van de dilatatie is nu te controleren, evenals de actuele grootte ervan;
  • De asfaltdikte is (nogmaals) te controleren omdat dit soms dikker of dunner is dan verwacht. Dit wordt vergeleken met de uitgangspunten van het betreffende product in die situatie.

Al deze raakvlakken worden beoordeeld voordat de installatie van de voegovergangconstructie begint.

Betrokken:

Projectcoordinator

Uitvoerder (wegen)

Leverancier voegovergangen

 5. Installatie Wanneer de ondergrond en voegopening zijn goedgekeurd, wordt de staalconstructie in positie gebracht. Doorgaans worden dwarsprofielen gebruikt om de constructie in hoogte op de aangrenzende verharding af te stellen.

Vanaf dit moment kan de aannemer van de voegovergangen zelfstandig het werk voortzetten. Wanneer een tweedelijns kwaliteitscontrole in het werk wordt uitgevoerd, is de hoogtemontage een relevant punt om te controleren. De hoogteaansluiting van voegovergang en asfalt kent een beperkte tolerantie van 0 tot -3 mm (voegconstructie dient in principe 3 mm lager ingebouwd te worden dan de aangrenzende verharding met een tolerantie van 3 mm waarbij de constructie en het asfalt gelijk liggen).

Betrokken:

Leverancier voegovergangen

Tweedelijns toetser

Beschrijving van de realisatie Een uitgebreide beschrijving van het installeren is te vinden in hoofdstuk:

6..7.6.2 Voegconcept 1.2b