6.1.3 Lijmwapening

De realisatie van voegovergangen met lijmankers is in principe gebaseerd op installatie na het aanbrengen van de verharding. Het proces om een geschikte voegovergangconstructie te realiseren lijkt over het algemeen eenvoudiger dan bij voegovergangen met lusverankering. Dit komt onder meer doordat verkrijgbare producten in segmenten worden geproduceerd en relatief eenvoudig op de praktijksituatie aangepast worden. De engineering van te prefabriceren staalconstructies blijft hier soms achterwege hetgeen een aspect is dat doorgaans goede afstemming tussen betrokken partijen vraagt. Het werken met standaard secties vraagt daarentegen iets meer aandacht in de uitvoering i.v.m. de koppeling van segmenten met behoud van een goed conserveringsysteem.

Naast het werken met geprefabriceerde segmenten lijkt ook de verankering iets minder aandacht te vragen. Lijmankers worden over het algemeen conform de uitgangspunten van het onderliggende ontwerp op een vaste diepte aangebracht in een betonconstructie waarbij de afstemming met de wapening in de onderliggende constructie niet veel aandacht lijkt te vragen. Het werken met lijmankers vraagt daarentegen een goede voorbereiding om zeker te stellen dat aan alle uitgangspunten en eisen van het ontwerp kan worden voldaan. Mogelijk is er sprake van een hoge concentratie wapening in de betonconstructie waardoor het positioneren van de lijmankers in verhard beton waardoor het werken met “gatenmakers” onderdeel wordt van de afstemming tussen betrokken partijen.

In de volgende tabel worden verschillende stappen in het realisatieproces beschreven. Met deze beschrijving worden de verschillende interacties weergegeven die er plaatsvinden bij de totstandkoming van nieuwe voegovergangen met lijmwapening. De afbeeldingen geven een impressie voor de totstandkoming van een enkelvoudige, stalen voegovergang met lijmwapening.

 

1. Productie Indien het betonconstructie wordt uitgerust met “gatenmakers”, zal in goed overleg worden vastgesteld wat het patroon van de gaten is. Van invloed zijn de uitvoeringstoleranties en de krimp/kruip effecten die optreden tot het moment van installatie. Er is doorgaans weinig speelruimte in de positie van lijmankers waardoor een goede afstemming erg belangrijk is.

Betrokken:

Ontwerper civiel

Leverancier brugliggers (indien sparing wordt voorzien)

Projectcoördinator (civiel)

Uitvoerder (civiel)

Leverancier voegovergangen

2. Asfalteren Zodra het betonwerk gereed is, kan de asfalteur het kunstwerk gaan asfalteren. Aan de hand van inmetingen wordt het alignement vastgesteld en wordt de verharding hierop afgestemd. Eventuele uitvullingen nabij de steunpunten wordt bij de voegovergangen doorgaans opgelost met dikkere randbalken dus de afstemming met de leverancier is over het algemeen beperkt.

Ter plaatse van de voegovergangen zal een gedeelte van de betonconstructie worden afgeschermd zodat het beton niet wordt ‘gekleefd’ en eventuele gespaarde gaten schoon blijven. Deze afscherming is idealiter gelijk aan de breedte van de nieuwe voegovergang maar wordt doorgaans iets kleiner gehouden. Dit in verband met toleranties in de montage van de plaat en het voorkomen dat deze afscherming (na het zagen en opbreken van de verharding) zichtbaar onder het asfalt blijkt te zitten.

Afdekplaten willen bij onvoldoende fixatie gaan schuiven door de belasting van de spreidmachine. Eenmaal verschoven, valt er weinig meer aan te doen. Na het inzagen en opbreken van het asfalt zal een deel van afdekplaat zichtbaar worden onder het aangrenzende asfalt. Dit geeft 2 potentiële risico’s:

  • ‘inveren’ van de plaat onder het asfalt indien dit niet vlak op het beton rust
  • ‘inveren’ van de plaats indien het materiaal dit toestaat onder verkeersbelasting
Betrokken:

Projectcoördinator

Landmeter

Site-Engineer (wegen)

Uitvoerder (wegen)

3. Uitzetten zaaglijnen Voor het uitbreken van de strook asfalt ter plaatse van de nieuw aan te leggen voegovergangconstructie, worden zaaglijnen op het asfalt uitgezet. De positie van de zaaglijnen is gerelateerd aan de dilatatie onder het asfalt. De diepte van de zaagsneden is idealiter gelijk aan de dikte van de verharding. De leverancier zal voor het zagen en opbreken dus informatie nodig hebben over de gerealiseerde dikte van de verharding. Hiermee wordt enerzijds voorkomen dat er niet voldoende diep wordt gezaagd, en anderzijds dat het beton niet wordt geraakt.

Mogelijk wordt de dilatatie ook nog ‘verklikt’ op de schampranden omdat het geen rechte lijn tussen de dilataties in de schampranden betreft.

 

Betrokken:

Projectcoördinator

Uitvoerder (wegen)

Leverancier voegovergangen

 4. Opbreken en controleren Na het zagen wordt de verharding opgebroken en kan de afscherming van het beton worden verwijderd. Dit is doorgaans een houten plaat die wordt gefixeerd.
  • De betonconstructie en de verharding kunnen visueel worden beoordeeld op de zaagdiepte en reinheid van het beton;
  • Eventuele asfaltkleef zal verwijderd worden en de gespaarde gaten zijn wellicht iets vervuild;
  • De positie van de dilatatie is nu te controleren, evenals de actuele grootte ervan;
  • De asfaltdikte is (nogmaals) te controleren omdat dit soms dikker of dunner is dan verwacht. Dit wordt vergeleken met de uitgangspunten van het betreffende product in die situatie.

Al deze raakvlakken worden beoordeeld voordat de installatie van de voegovergangconstructie begint.

Betrokken:

Projectcoordinator

Uitvoerder (wegen)

Leverancier voegovergangen

 5. Installatie Wanneer de ondergrond en voegopening zijn goedgekeurd, wordt de staalconstructie in positie gebracht. Doorgaans worden dwarsprofielen gebruikt om de constructie in hoogte op de aangrenzende verharding af te stellen.

Vanaf dit moment kan de aannemer van de voegovergangen zelfstandig het werk voortzetten. Wanneer een tweedelijns kwaliteitscontrole in het werk wordt uitgevoerd, is de hoogtemontage een relevant punt om te controleren. De hoogteaansluiting van voegovergang en asfalt kent een beperkte tolerantie van 0 tot -3 mm (voegconstructie dient in principe 3 mm lager ingebouwd te worden dan de aangrenzende verharding met een tolerantie van 3 mm waarbij de constructie en het asfalt gelijk liggen).

Betrokken:

Leverancier voegovergangen

Tweedelijns toetser

Beschrijving van de realisatie Een uitgebreide beschrijving van het installeren is te vinden in hoofdstuk:

6.5.6.2 Voegconcept 1.2b