6.8.2 Stalen voegovergangen

Voor stalen voegovergangen met randprofielen worden veel gelijksoortige activiteiten uitgevoerd. De gangbare keuringen worden hieronder uiteengezet zonder onderscheid te maken tussen voegovergangen met lusankers of lijmankers, met of zonder sinusplaten, etc.

 

Activiteit Aspect Toelichting
Inzagen en opbreken van de verharding Inmeten dikte verhardingen

Inmeten breedte inbouwruimte

De dikte van de verharding is van belang omdat hiermee wordt aangetoond dat de minimale constructiehoogte overeenkomt met de randvoorwaarden van het product. Ook is dit nuttig voor toekomstig onderhoud, zodat men inzicht heeft in de werkelijke opbouw van de constructie.
Beoordelen kunstwerk Inmeten voegopening kunstwerk De constructieve berekening van het voegproduct wordt impliciet of expliciet begrenst op een maximale voegopening in het kunstwerk. Met deze controle wordt dus inzichtelijk dat er aan de randvoorwaarden van het voegproduct wordt voldaan. Wanneer de voegopening in het kunstwerk groter is dan toegestaan door het specifieke voegproduct, dan wordt normaliter een afwijking opgesteld met een beheersmaatregelen. Veelal betekent een grotere voegopening in het kunstwerk dat de voegovergang (na beschouwing door een constructeur) anders wordt gewapend.
Positioneren staalconstructie Gecentreerd boven de dilatatie Een nieuwe voegovergang wordt in principe gecentreerd boven de opening in het kunstwerk. Geringe a-symmetrie is bij uitzonderingen mogelijk mits constructief mogelijk (toetsen) en zonder nadelige gevolgen voor de op te nemen bewegingen.
Monteren staalconstructie Opening stalen voegconstructie i.r.t. de op te nemen verplaatsingen bij de desbetreffende dektemperatuur. Op het moment van installeren behoort de voegopening afgestemd te zijn op de verplaatsingen die het object vanaf dat moment nog zal ondergaan. Corrigeren van de opening is niet bij elk temperatuursverschil noodzakelijk. Het ontwerp, de tekening en/of het werkplan geven hierin inzicht.
Herstellen conservering Herstelwerkzaamheden na het lassen, of als gevolg van beschadigingen Om de duurzaamheid van de voegovergang te garanderen, zullen beschadigingen van de conserveerlaag hersteld worden. De laagdikte van de conservering wordt gemeten.
Op hoogte fixeren van de staalconstructie Niveauverschillen t.o.v. het asfalt De verharding dient 0 tot +3 mm hoger te liggen dan de voegovergangconstructie. Onder een rij van 3 meter lang mogen geen niveauverschillen voorkomen groter dan 5 mm. Indien het asfalt wordt aangebracht na het installeren van de voegovergangen dan wordt deze meting uitgevoerd na het asfalteren en maakt in dat geval onderdeel uit van het keuringsplan van de asfalteur.
Boren van gaten t.b.v. ankers

(alleen bij toepassing lijmankers)

Boordiepte i.r.t. aanwezige wapening De betonconstructie van het object bevat (veel) wapening. Bij het boren van gaten kan niet altijd de juiste diepte worden behaald doordat de boor op de wapening stuit. Beoordeel niet alleen de diepte, maar ook in hoeverre er extra gaten naast zijn geboord om ‘misgeboorde’ gaten te vervangen.
Boren van gaten t.b.v. ankers(alleen bij toepassing lijmankers) Boorpositie De positie van de verankering is een randvoorwaarde in het voegontwerp. De positie van ankers zal getoetst worden aan de constructie ontwerpuitgangspunten en duurzaamheid (dekking).
Aanbrengen langswapening Bij het aanbrengen van langswapening is een keuring van het eindresultaat relevant om vast te stellen dat de wapening conform de geldende richtlijnen is aangebracht. Aandachtspunten zijn:
  • fixeren van de wapening zodat deze in positie blijft tijdens het storten en verdichten;
  • fixeren van de constructieve wapening d.m.v. vlechten, niet lassen (i.v.m. sterktereductie);
  • lasoverlappen conform voorschriften (hiermee is ook gerekend in het ontwerp);
  • afwapenen van detailleringen die niet zijn beschouwd in het ontwerp van de voegovergang.
Aanbrengen van bekisting Aansluiting, preventie tegen lekken Voor het storten van de specie is er 1 kans om de bekisting te controleren. Het is van groot belang dat de bekisting voorkomt dat er specie kan weglekken. Een visuele controle wordt uitgevoerd om de bekisting “stortklaar” te verklaren.
Aanbrengen van (staalvezel) beton Mengselsamenstelling (constructiebeton) of mengverhouding (reparatiemortel) Het beton zal volgens de juiste voorschriften verwerkt worden. Bij constructiebeton wordt het toe te passen mengsel gecontroleerd aan de hand van de leveringsbon, bij reparatiemortel zal de mengverhouding worden vastgelegd. Deze informatie is van belang voor het vaststellen van materiaaleigenschappen.
 Aanbrengen van (staalvezel) beton Sterkte Constructiebeton: de ontwikkelde druksterkte van beton wordt bepaald om het moment van ontkisten en belasten te bepalen.

Reparatiebeton: de sterkte wordt doorgaans alleen gemeten bij relatief snelle openstelling voor verkeer. De druksterkteontwikkeling van reparatiemortel is doorgaans snel en betrouwbaar te noemen omdat deze mortels een veel hogere eindsterkte hebben dan constructief vereist en de sterkteontwikkeling snel verloopt.

Ontkisten Controle dilatatieruimte en stortresultaat Na het ontkisten is er gelegenheid om de stort te controleren. Indien onverhoopt sprake is van onvoldoende aansluiting tussen beton en de staalconstructie, dan zal dit voor openstelling voor verkeer vakkundig gerepareerd worden. De dilatatieopening dient vrij te zijn om bewegen van het object mogelijk te maken.
Aanbrengen rubberprofiel Controle waterdichtheid De waterdichtheid is zeer belangrijk en hangt af van een juiste inklemming, en het gebruik van 1 doorgaans (naadloos) rubberprofiel. De inklemming wordt visueel en met de hand gecontroleerd.