6.2.6 Stootplaten

Beschrijving

Stootplaten liggen in veel gevallen dicht bij de voegovergangen. Fysiek zou er geen raakvlak mogen zijn tussen beide onderdelen omdat een stootplaat is bedoeld om eventuele zettingen in het weglichaam op een veilige wijze toe te laten door rotaties om een vast oplegpunt aan de fundatie. Voegovergangen worden afhankelijk van de breedte soms aangebracht tot de buitenzijde van de frontwand aan het landhoofd waardoor beide onderdelen dicht bij elkaar liggen. In geen geval mag een harde voegdorpel worden aangebracht op de stootplaat (tenzij het een bijzonder geval betreft en de situatie constructief aantoonbaar voldoet en er geen hechting is tussen voegdorpel en stootplaat, en tevens rotaties van de stootplaat mogelijk zijn).

 

Toepassing bitumen membraan
Toepassing bitumen membraan

sds

 

Risico’s

Bij het installeren van voegovergangen na het asfalteren (en bij het vervangen van voegovergangen) is het niet goed mogelijk om de exacte positie van de stootplaat onder de verharding te bepalen. Na het inzagen en opbreken van de asfaltverharding kunnen de volgende scenario’s aan de orde zijn:

  • de zaagsnede ligt te ver uit de dilatatie, boven de stootplaat. De vrijgekomen ruimte mag niet geheel met beton worden gevuld waarmee de voegdorpel op de stootplaat wordt gestort;
  • de zaagsnede ligt te ver uit de dilatatie en is tevens te diep; de stootplaat wordt beschadigd bij het zagen.