4.1.3 Rijroosters nieuwbouw (concept 1.1)

Principe

Het principe van rijroosters, ook wel wafelijzers of wafelroosters genoemd, stamt uit de tijd dat er nog geen waterdichte rijbaanovergangen werden toegepast en men een robuuste oplossing zocht voor de opsluiting van het asfalt aan weerszijden van de open voeg bij betonnen kunstwerken. Deze open roosters zijn vanaf 1945 toegepast. Waterdichte rijroosters werden vanaf 1960 toegepast.

Rijroosters zijn roostervormige  uit strippen samengestelde constructies waartussen in de regel een compressieprofiel werd aangebracht. De roosters werden verankerd met stripankers (1 of 2 stuks per vakje). De afstand van de dwarsstrippen werd soms gewijzigd al naar gelang de verkeerbelasting die werd verwacht. De conservering bestond uit een primerlaag van epoxy-zink (35 um), een laag epoxy-sealer (70um) en voor delen die niet in contact stonden met beton een laag epoxy-koolteer van 200 um.

Na montage van de roosters werd deze tot 3 mm onder de bovenzijde gevuld met betonmortel. De bovenste 3mm werd daarna gevuld met epoxy gietmortel en ingestrooid met carborundumpoeder. Ook werden de rijroosters wel geheel met beton gevuld en werd het verharde beton geïmpregneerd met een impregneermiddel op basis van kunsthars. Het uiteindelijke doel was het ondoordringbaar maken van de toplaag voor vocht.

Rijrooster zijn ontworpen om te worden toegepast in betonnen bruggen en beoogden een onderhoudsarme oplossing te zijn.  Ze worden nu niet meer toegepast, voornamelijk omdat compressieprofielen onvoldoende betrouwbaar waterdicht bleken en de voorkeur werd gegeven aan bandprofielen als afdichting. In loop der tijd is ook gebleken dat de roostervulling van beton niet onderhoudsvrij is en na verloop van tijd gerepareerd moet worden.
Rijroosters worden nog wel toegepast bij beweegbare bruggen als randbalk aan de landhoofdzijde.

Varianten

Er bestaan diverse varianten, hierop wordt de navolgende paragrafen nader ingegaan.

 

Krachtswerking

Door de relatief grote breedte van het rooster en omdat het rooster gelijk met de onderliggende betonconstructie is gesteld en daarmee volledig ondersteund wordt en dus geen uitkragende delen kent, zijn de spanningen in de constructie relatief laag. Horizontale remkrachten worden via aanhechting/wrijving omgedragen op de ondergrond waardoor de ankers ook daardoor niet zwaar worden belast. De grootste horizontaalkracht komt nog uit de afdichtingsprofielen (maximale krachten 15-45 kN per strekkend meter)

De rijroosters zijn in die tijd nooit ontworpen op vermoeiing, maar verondersteld mag worden dat ze een oneindige levensduur hebben. Voorwaarde is wel dat de roostervulling niet te diep weg slijt (max 3mm is interventieniveau) omdat anders de randprofielen en lassen te zwaar worden belast door stootbelasting..
Dit kan zo mogelijk ook veranderen bij modificaties indien er uitkragende randprofielen worden toegepast die leiden tot een extra moment.

Specifieke aandachtspunten

Indien bestaande rijroosters worden gemodificeerd dan gelden hiervoor specifieke aandachtspunten, zie paragraaf 4.1.3.4.