5.4.1 Inleiding

Traditioneel kunnen voegovergangen worden verdeeld in harde en zachte voegovergangen. Harde voegovergangen bestaande uit materialen als beton, metaal, kunsthars en rubberprofielen hebben een lange levensduur, een grote dilatatiecapaciteit en relatief veel geluidsproductie.

Zachte voegovergangen daarentegen hebben een relatief korte levensduur, een kleine dilatatiecapaciteit en een beperkte geluidsproductie. Dus wanneer de wegbeheerder kiest voor de weggebruiker worden harde voegovergangen toegepast, want deze leveren minder verkeershinder op. Kiest de wegbeheerder voor de omwonenden van de voegovergang, dan worden zachte voegovergangen toegepast i.v.m. de lage geluidsproductie.

Vanwege dit laatste aspect werden bitumineuze voegovergangen steeds vaker toegepast op plaatsen waar geluidsreductie nodig was. Vanaf 1990, toen in het Tweede Structuurschema voor Verkeer en Vervoer het beleid werd vastgesteld om voortaan stille deklagen te gaan toepassen, werd er steeds meer ZOAB toegepast bij nieuwbouw en werden bestaande dichte deklagen bij einde levensduur vervangen door ZOAB. In 2015 bestaat 87% van deklagen op het hoofdwegennet uit ZOAB, waarvan 18% tweelaags ZOAB. Stille deklagen behoeven ook een stille voegovergang, want een weg is pas echt stil als de voegovergang ook stil is. Juist bij een stil wegdek zijn onregelmatige piekbelastingen, die veroorzaakt worden door luidruchtige voegovergangen, zeer storend voor omwonenden. In het kader van de nieuwe geluidswetgeving (SWUNG) zullen in de nabije toekomst nog stillere deklagen worden toegepast en is het van belang dat ook stillere voegovergangen worden toegepast.

De bitumineuze voegovergangen zoals die traditioneel zijn toegepast hebben een gemiddelde levensduur van 3 tot 5 jaar in autosnelwegen. Om hier verbetering in te brengen daagde RWS met de prijsvraag Stille Duurzame Voegovergangen (SDV) in 2007 de markt uit om met geluidsarme voegovergangen te komen met een relatief lange levensduur (paragraaf 2.4). Als resultaat van de prijsvraag SDV zijn er sinds enkele jaren stille voegovergangen beschikbaar die een langere levensduur dan 10 jaar hebben. Met het introduceren van de en RTD1007-4 in 2012 en de ETAG032 in 2013 is beoogd om een minimale levensduur van 10 jaar te halen.

Als we over flexibele voegovergangen spreken dan zijn dat meestal bitumineuze voegovergangen. Echter, de laatste jaren worden in het buitenland ook flexibele voegovergangen op basis van
kunststof bindmiddelen toegepast. Hiermee wordt beoogd om de stille voegovergangen een langere levensduur dan 10 jaar. In Nederland zijn deze voegovergangen nog niet gevalideerd. Bij verborgen voegovergangen zijn voegovergangen feitelijk onder het wegdek gelegen en daarom onzichtbaar. De deklaag wordt ter plaatse van de voegen niet onderbroken. De feitelijke bewegingscapaciteit en waterdichting worden door een verborgen bitumineuze constructie gewaarborgd.